Ga naar de inhoud

Een zachte berm

Len Borgdorff schrijft en fotografeert

Menu
  • Home
  • Och heden
  • Foto’s
  • Nieuws
  • Gedichten
    • Gedichten voor de ‘Kerst’
  • Iets anders
  • Tijdens de wandeling
  • Links
Menu

Zonder gedag

Gepubliceerd op 06/09/202506/09/2025 door Len Borgdorff

5 september 2025

In de wijkbibliotheek vind ik ook nog een boek dat ik zocht. Ik ben er binnengelopen en vijf minuten later liep ik weer naar buiten. In het halletje dat de boekenwereld binnen verbindt met de buitenwereld van het parkje hangt treurnis, als een wolkje gas, niet te zien, maar je ademt het zomaar in.

De vrouw van ver in de tachtig zag ik wel. Ze zat aan een tafeltje, drie boeken naast zich en in haar handen een mobieltje. Ik had al ademgehaald om haar naam te noemen, maar ze zat daar zo met dat schermpje… Ze was er wel, maar ze was er niet. Ik ging de boeken langs, keek af en toe haar kant uit. Nog steeds was ze er niet. Vorige week hebben we nog een tijdje staan praten. Dat doen we maandelijks, altijd toevallig. Vijftig jaar geleden was ze een collega van me.

Ik vond toch nog een boek, hield mijn pasje voor de lezer en legde het boek op de gevoelige plaat. Een scherm vertelde me dat ik al boeken had geleend en dat nu het negende was toegevoegd. Dat klopte, want een kwartier eerder was ik de bibliotheek aan het Neude uitgelopen. Met acht boeken. En nu is daar die wolk van treurnis. Ik heb het afgelopen uur door twee bibliotheken gedwaald. En heb er niemand gesproken. Behalve dan een jongen die aan een andere bezoeker vroeg waar de wiskundeboeken stonden. ‘Ik ben geen medewerker,’ had de vrouw gezegd, een vrouw die zich verdiept had in een scherm. Daarna had de jongen mijn kant uit gekeken. Ik was geen medewerker dat zag hij meteen, vanwege mijn rugzakje. ‘Weet u iets van wiskunde?’

vroeg hij. ‘Daar ben ik te dom voor. Dat zie je toch wel? Hij vertelde dat hij helemaal van de Straatweg hierheen gekomen was. ‘De Amsterdamse Straatweg? Komen lopen of op de fiets?’ Nee, zijn vader had hem met de auto gebracht. ‘Laat jij je door je vader brengen voor dat kippeneindje?’ Hij beloofde dat hij terug zou gaan lopen, als hij gevonden had wat hij zocht. We zagen iemand die ongetwijfeld een medewerker was en daarmee hield ons gesprekje op. De jongen van de Straatweg vloog op de man met het hesje af of het sinterklaas was.

In de grote bibliotheek leende ik dus acht boeken waarvoor ik op verschillende afdelingen moest zijn in dit grote gebouw waar ik soms een roltrap, dan weer een gewone en ook wel een lift nam. In die lift stond een jonge dame met bijzondere kleding mooi te wezen. Ze verdween in de spiegel van de lift en hoorde mijn groet niet, ook zag ze me niet. Ik was er niet. Ze zat in haar fotomodellenwereld, want dat was ze: ze deed mee aan een fotoshoot in de kathedraalachtige hal van dit grootse gebouw.

Tientallen jaren maakte ik gebruik van de muziekbibliotheek. Boeken kocht ik, maar platen leende ik vaak. Daarom kende ik de gezichten van mensen achter de balie en omgekeerd. Ik zag het meisje dat ooit op Mente leek – iets minder mooi, tikkeltje meer omvang en altijd zwierige jurken – ouder worden, met dat zelfde lange, maar steeds grijzere haar, en telkens weer zo’n vrolijk Indiase jurk die in de jaren zeventig zo populair was. Ze dijde uit. De muziekbibliotheek verhuisde ooit van Achter de Dom  naar de Stadhuisbrug. Totdat daar de muziekbibliotheek werd opgedoekt. Muziek kon je streamen. Voor het lenen van boeken was een scanapparaat genoeg.

Ik loop naar buiten, denk aan regels van Jacques Prévert:

Et il est parti / sans me parler / sans me regarder / et moi j’ai pleuré.

Zomaar wat plaatjes …

  • Contact
  • Privacy
© 2026 Een zachte berm | Aangedreven door Superbs Persoonlijk blog thema