Ga naar de inhoud

Een zachte berm

Len Borgdorff staat aan de kant

Menu
  • Home
  • Och heden
  • Foto’s
  • Nieuws
  • Aan de muur
  • Gedichten
    • Gedichten voor de ‘Kerst’
  • Iets anders
  • Tussen hier en daar
  • Links
Menu

Aan de muur

Twee keer per week (op zondag en woensdag) komt er op deze digitale wand een kunstwerk dat ik ooit aantrof in een museum, een galerie of waar dan ook, en waarvan ik toen een foto maakte.

32 – woensdag 7 oktober 2026

William MacTaggart – The Storm (1890)

Vanaf 1870 verandert William MacTaggart van stijl: hij zoomt uit, zijn onderwerpkeuze verandert en met zijn kwasten en penselen gaat hij veel ruwer aan het werk. Soms lijken figuren door de aarde, door hun omgeving tevoorschijn geduwd te worden. Hier, zie je de omgekeerde beweging. Het is een weergaloos schilderij. Als ik één schilderij zou mogen meenemen uit de National Gallery in Edinburgh, dan zou het dit zijn. Zoveel kracht, die kleuren, die beangstigende zee en het gevecht daartegen. De mensen links zullen doornat worden, maar ze lijken veilig, maar wat gebeurt er aan de andere kant, rechts van die schuimende koppen? Dat schip. Gaat dat goed?

Het is een schilderij om naar terug te keren, om tegen beter weten in te gaan zien of het inderdaad goed is afgelopen daar.

31 – zondag 4 oktober 2026

Jessie M King – Prinses Melilot (1917)

‘Zij was de dochter van de koning van dit land,’ zei de oude vrouw. ‘Zij zou hem opvolgen. Maar toen haar moeder stierf, trouwde de koning opnieuw, en de drie dochters van zijn tweede vrouw waren jaloers op de schoonheid, charme en goedheid van hun zuster. Zij vroegen hun moeder om een spreuk die Melilot zou beroven van haar charmes, die haar nutteloos zou maken in de ogen van de mensen. Hun moeder leerde alle drie een spreuk. Op een dag kwamen ze naar Melilot. ‘Kom en speel met ons een nieuw spel dat onze moeder ons heeft geleerd!’ En ze veranderden zich in bloemen. ‘Ik word een stokroos!’ zei de een. ‘Ik wil een akelei zijn!’ Ze spraken hun spreuken over elkaar uit en werden de bloem die ze genoemd hadden. Toen veranderden ze zichzelf terug. ‘O, het is zo fijn om een ​​bloem te zijn!’ Ze klapten in hun handen. Maar Melilot kende geen spreuken.

‘Ik wil een roos zijn!’ zei ze, ‘Verander mij in een roos.’  Zodra de drie zussen dat gedaan hadden, veranderden ze zichzelf in mollen om aan de wortels van de rozenboom te knagen die Melilot geworden was. Ze toverden zichzelf terug en zongen: ‘Zuster, zuster, hier ben je nu…’

Fragment uit: The field of clover, van Laurence Housman (1898)

James Cowie – De gele handschoen (1928)

30 – woensdag 30 september

Dit is wel heel erg een jonge zelfbewuste vrouw die past in haar tijd. We leven intussen een eeuw verder, maar Alice Graham, die jonge tweede vrouw van de schilder blijft jong, aanstormend en eigentijds. De kleuren, de strakke lijnen, het kapsel, de make up en dat die zelfbewuste blik… Voor altijd progressief en klaar voor de toekomst.

Vreemd genoeg zou je je een vergelijkbaar portret desondanks ook vijfhonderd eerder kunnen voorstellen, dan geschilderd door een man als Dürer, of een Italiaanse meester uit de Renaissance. Alsof jong, sterk, toekomstgericht ook inherent zijn aan een manier van schilderen.

29 – zondag 27september

J M W Turner – Somer Hill (1881)

In diezelfde National Gallery of Scotland, in Edinburgh hangt naast het kopje van de danseres van Degas waar het afgelopen woensdag over ging, een heel ander werk. Weer een vergulde lijst en ook twee goudkleurige kettinkjes om aan te hangen. Bovendien domineert op beide schilderen een gulden gloed. Die wordt versterkt door de lijst. Het getemperde licht in dit wat ouderwets aandoende museum draagt daar aan bij.

Dit is geen pleidooi voor lijsten waarvan de kleur correspondeert van de hoofdtoon van het doek, maar het werkt dus heel goed. De rücksichtloosheid waarmee Turner wat hij ziet onderdompelt in het golden hour van de vroege avond. Hij neemt er mij als kijker een beetje in mee. Ik loop in zijn golden hour en kijk naar het water en naar het huis aan de overkant. Zoals de mensen in het water zich baden in de avondkleuren. Heel zachtjes hoor ik ergens van binnen Louis Armstrong zingen van A wonderful world.

28 – woensdag 23 september

Edgar Degas – Studie van een meisjeskopje (1890)

Veel schilderijen in de National Gallery in Edinburgh hangen aan goudkleurige kettingen. Samen met een vergulde lijst kan dat gevolgen hebben voor het schilderij. Op andere foto’s daarvan valt de goudkleurig zweem over het doek veel minder op dan zoals ik het ervoer toen ik ervoor stond. Daarom hier een foto van het schilderij met lijst en kettinkjes. Maar met of zonder zweem blijft duidelijk dat Degas hier druk in de weer was met het uitbuiten van naast elkaar liggende kleuren. Het zal ook hier om een danseresje gaan. Danseresjes waren in de negentiende eeuw arme meisjes die afgebeuld en geïntimideerd werden om op het podium het publiek te vermaken. Dat wast al het goud in en om dit schilderij niet weg. Ik moet denken aan olympisch goud voor turnsters, die klem gezette danseresjes van de evenwichtsbalk.

27- zondag 20 september

Sebastiano Ricci – Jezus geneest de blinde (1714)

In het voorbijgaan zag Jezus iemand die al vanaf zijn geboorte blind was. Zijn leerlingen vroegen: ‘Rabbi, hoe komt het dat hij blind was toen hij geboren werd? Heeft hij zelf gezondigd of zijn ouders?’ ‘Hij niet en zijn ouders ook niet,’ was het antwoord van Jezus, ‘maar Gods werk moet door hem zichtbaar worden. Zolang het dag is, moeten we het werk doen van Hem die Mij gezonden heeft; straks komt de nacht en dan kan niemand iets doen. Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het licht voor de wereld.’ Na deze woorden spuwde Hij op de grond. Met het speeksel maakte Hij wat modder, Hij streek die op de ogen van de blinde en zei tegen hem: ‘Ga u wassen in het badhuis van Siloam.’ (Siloam is in onze taal ‘gezondene’.) De man ging weg, waste zich, en toen hij terugkwam kon hij zien.

Van vertrouwde Bijbelverhalen maakte ik me als kind al een voorstelling, zo heb ik ook gezien hoe Jezus de blinde genas, maar dat gebeurde in een heel andere omgeving dan die van Ricco, en ook de enscenering zag er in mijn hoofd heel anders uit.

26 – woensdag 16 september

Paul Cézanne – De grote bomen (ca 1903)

De bomen verliezen bij Cézanne behalve hun blad ook hun vorm. De ouder wordende schilder geeft zich meer en meer over aan een geometrie en kleurrijkdom om vrolijk van te worden. Is het het licht dat door de bomen valt waardoor de grond zo kleurrijk wordt, of het gevallen blad? Bij trektochten neem ik wel eens een handig stoeltje mee, vaak ook een kannetje koffie en een brandertje om koffie te kunnen zetten. Hier zou ik stoppen voor een pauze met een kop koffie. En een tweede.

25- zondag 13 september

Pieter Jansz Saenredam – Interieur Sint-Bavo Haarlem (ca 1648)

Het interieur van deze grote kerk vangt het licht en stolt de verstilling. Saenredam werkte uiterst consciëntieus. Behalve verf en penseel waren er de nodig meetinstrumenten om een kerkgebouw, de binnenkant of de buitenkant, zo zuiver mogelijk op doek of paneel te krijgen. Toen ik een keer van een foto van een werk van Saenredam op het kopieerapparaat van de school maakte, beweerde een collega, docent tekenen, dat het perspectief bij Saenredam lang niet altijd klopte. Alsof je van Johan Cruijff zegt dat hij niet wist hoe je een bal moest aannemen. Het is jaren geleden en die collega zei wel vaker iets waar ik het niet mee eens ben. Toch kijk ik sinds dat gesprekje bij het kopieerapparaat bij elke Saenredam of het perspectief wel klopt. Hadden hier bijvoorbeeld die pilaren links en rechts naar boven toe niet wat meer naar elkaar moet gaan? En dan dat gewelf bij de kruising, hellen die ribben niet teveel naar achteren?

Had die collega nou maar zijn mond gehouden.

24 – woensdag 9 september

Edgar Degas – Groepje danseressen (ca 1898)

De meisjes zijn aan het oefenen. Ze zien er met hun tule jurkjes kwetsbaar uit. Zou de geknakte voet van het meisje in het midden van dit doek geen pijn doen? Ze is het gewend. Ze heeft al zoveel geoefend. Degas was betoverd door de gratie van de danseresjes, meisjes van een jaar of vijftien. Hij schilderde en tekende ze wel 1500 keer. De meisjes blijven vijftien op de schilderijen van Degas. En niet erg gelukkig, vrees ik, want ze werden uitgebuit. En hoe verging het ze als ze niet meer dansten? Degas schilderde verder gewoon verder terwijl hij ouder werd. Wel veranderden zijn techniek en de middelen die hij bij het schilderen bij het schilderen. Hier de giftige kleuren die niet alleen allen met penselen en kwasten zijn aangebracht, maar ook met zijn vingers. Beweging, gratie, kleur, daar ging het Degas om. En mededogen? Dat weet ik niet.

Paul Cézanne – Montagne Saint-Victoire (ca 1893)

23 – zondag 6 september

Paul Gauguin – Visioen na de preek (ca 1888)

Het gevecht dat Jakob in het bijbelboek Genesis met de engel aangaan, en dus met God, laat zich makkelijk vertalen in een gebeurtenis waar je zelf getuige van bent, of om zelf aan te gaan. Hier schildert Gauguin het collectieven visioen van Bretonse vrouwen nadat zij in de preek tijdens de mis het verhaal gehoord hebben van Jakob en zijn gevecht bij de Jabbok.

Daar was ik niet bij. Het gedicht dat ik ooit naar aanleiding van dat verhaal schreef zou een heel ander schilderij opgeleverd hebben.

22 – woensdag 2 september

Paul Cézanne – Montagne Saint-Victoire (ca 1893)

De opzet kan niet gewoner: een in het oog springende berg – want dat doen bergen doorgaans – veel lappen lang en bosschages ervoor waaruit die berg dan kan oprijzen en dan ook nog links vooraan wat takken, of een boom. De compositie is niet de verrassing. De kleur al veel en veel meer. Zoveel geel. Dan zijn er de vlakken waaruit het landschap is opgebouwd. De bosschages verdienen nog amper die naam: het zijn met verticale streken neergezette vlakken. Intussen doet het onbeschilderde canvas vrolijk mee met dit doek. Cézanne schilderde deze berg vele malen. Kreeg er maar niet genoeg van. Jarenlang hing er achterin het lokaal waarin ik lesgaf een kalender van met werk van Cézanne. Ieder jaar diezelfde kalender, boven de hoofden van de kinderen. Bij proefwerken keek ik graag naar het landschap waar hij zo van hield.

21 – zondag 30 augustus

William Turnbull – Leda (1985)

Ik ben zojuist even ergens afgestapt om een beeld in de publieke ruimte van dichterbij te bekijken. Het kon mij niet bekoren. Ik zal geen namen noemen. Nu kom ik deze Leda tegen, van William Turnbull. Het lijkt op het beeld waar ik een uur geleden langskwam. Dit is mooi.

Omdat het beeld Leda heet, weet je dat het om een verregaande abstractie van een vrouwelijke figuur gaat. Geen gemankeerde Venus zonder hoofd en armen maar een door gestileerde vorm. Als je er met je neus bovenop gaat staan, zie je dat een kras de twee benen aangeeft, aan de achterkant. Dat het beeld me ook aan een vogel doet denken, heeft te maken met het verhaal over Leda. De oppergod Zeus kon haar schoonheid niet weerstaan, maar Leda liet zich niet verleiden. Zeus veranderde zich in een zwaan en overweldigde haar. Dit beeld doet me eerder aan een kraanvogel denken overigens. Turnbull zal ook wel hebben gekeken naar de Leda van Leonardo da Vinci.

20 – woensdag 26 augustus

Joseph Crawhall – Cock phaesant with foliage and berries (ca 1906)

Een derde en (voorlopig) laatste Crawhall. Toen hij deze fazant zag, ging hij door de knieën en bewoog hij zich niet. Het regende, maar daar trok Crawhall zich niets van aan. Dat vertelt de zwager van de schilder, die hem op zijn beurt van een afstandje observeerde. Crawhall is er alleen maar om zo goed mogelijk naar die fazant te kijken en later, in zijn atelier, zet het die op het doek, op Hollands linnen. Hij gebruikt weer waterverf.

Zo indrukwekkend als de geit en zo ontroerend als de eend kan ik deze fazant niet vinden. Maar misschien is dit werk nog wel genialer dan de twee andere. De fazant zit fazant te wezen. En dan is daar nog dat Japans aandoende groen en zijn er de bessen.

19 – zondag 23 augustus

Joseph Crawhall – The white drake (ca 1895)

Deze witte woerd van dezelfde man die rond diezelfde tijd een geit in de omgeving van Tanger schilderde. Hij gebruikte ook weer waterverf en linnen en opnieuw staat er een dier op het doek. Een witte eend, waarvoor je wel heel veel verschillende witten nodig hebt en heel trefzeker je kwast over het doek moet laten gaan. Als je met je snufferd bovenop het doek gaat staan laten alle schaduwen en vormen die de eend tot die prachtige dier maken zich terugvertalen naar de verf die dat heeft mogelijk gemaakt. En dan de bloeiende bloemen waar de eend doorheen loopt terwijl hij ons in de gaten houdt. Wat een verschil met de wildheid waarmee de geit bij Tanger werd neergezet. Door dezelfde schilder!

18 – woensdag 19 augustus

Joseph Crawhall – A goat (ca 1895)

Bij een geit denk je al gauw aan Jan Mankes, maar deze is van Joseph Crawhall. Hij schilderde hem bij Tanger en dus niet in Friesland. De aardse kleuren en het licht zijn de reden voor veel Europese schilders om aan het eind van de negentiende eeuw naar Tanger af te reizen. Ook Crawhall doet dat en het blijft niet zonder gevolgen voor zijn kleurgebruik. Bij deze aquarel speelt ook de linnen ondergrond een belangrijke rol. Crawhall laat zijn kwasten hele stukken van het doek overslaan, met als resultaat een op het oog snel neergezette en daarom dynamische geit die er intussen kalm bij staat. Die paar stipjes rood op het doek intrigeren. Ze doen ertoe. Ongelofelijk dat dit een werk is van voor 1900.

17 – zondag 12 augustus

Vittorio Matteo Corcos  – Een middag op de veranda (1895)

De vrouw vraagt onze aandacht. Ze kijk ons aan, wij kijken terug naar deze voor altijd jonge vrouw met die in haar tijd populaire en moderne gele romans. De man daarentegen verdwijnt in zijn krant. Toch kijk ik ook even naar de helling achter de balustrade van de veranda en stel me voor dat ik daar langs zou fietsen. Zo’n hellende wijngaard is prachtig, maar het valt niet mee op er tegenop te sjorren. Adembenemend is dat. Daar heeft het jonge stel op het schilderij geen last van. Dat hoeft alleen maar om te kijken om van dit wonderlijke gele uitzicht te genieten. Misschien gaan die twee dan ook wat vrolijker kijken.

16 – woensdag 12 augustus

Rob Sweere – Skybox vertical (2016)

Rob Sweere – Skybox vertical,

2016

Kloster Bentlage, Rheine (D)

Bezoek 9 juli 2026

Na de eerste de tweede. Nu lijkt de ovaal juist een omhoog gestoken badkuip waaruit weer mijn  fietsmaat opduikt. Ik maak er weer een foto van. Thuis pas vraag ik me af hoe hij de omgeving gezien heeft,  hoe het land zich aan hem voordeed, vanuit die verticale badkuip. Dat moet toch een heel andere ervaring zijn geweest zijn dan bij die vorige, die platte buis waardoor hij de wereld bezag. Ik heb ernaar gekeken, ik heb er plezier in gehad. Ik had er ook zelf in moeten kruipen om te weten wat het uitzicht is, niet op, maar vanuit een kunstwerk.

15 – zondag 9 augustus

Rob Sweere – Skybox horizontal (2016)

Het staat er zomaar, in het park bij het verrassende Kloster Bentlage, niet ver over de grens. Voor ik het weet is mijn vriend het trapje al op geklommen. Hij  heeft niet eens de tijd genomen om zijn fietshelm even  af te doen. Op een glijbaan zou hij zo niet reageren. De leeftijd daarvoor heeft hij al jaren en jaren achter zich. Met dit merkwaardige torentje is het anders. Het vraagt om je aandacht en het wil dat je ermee speelt, zoals een glijbaan dat aan een kleuter vraagt. Ik vraag me niet af wat mijn vriend ziet, behalve mij met m’n cameraatje, daar boven op dat laddertje, met zijn hoofd gevangen in die platte ovaal.

Aan de muur 14 – woensdag 5 augustus

Atelier Meester van Flémalle  – Getijdenboek Agnes Desfontaines (1415 – 1420)

Het zal een droom voor blijven: op mijn kamer zitten, in de makkelijke stoel, met in mijn handen een middeleeuws getijdenboek. Juist omdat ze zo klein zijn zuigen ze je aandacht én je ogen letterlijk naar zich toe. Hoe kleiner hoe fraaier, zonder het glas van de vitrines waar je doorheen moet kijken en dat zo zijn eigen wetten van reflectie kent. Zonder de camera die de zaak in pixels vertaalt zodat je de scherpte van het origineel net mist en meer nog het materiaal dat gebruikt werd, de inkt, de verf, het bladgoud, het perkament. Agnes Desfontaines had die problemen niet. Zij kon het boekje gewoon vasthouden op eruit te lezen om naar de prachtige miniaturen te staren, ook naar die waarop ze zichzelf tegen komt, samen met haar heilige naamgenote en met Maria en de kleine Jezus. ‘Als dat toch eens echt kon,’ droomt de jonge Agnes misschien, ‘ik in aanbidding voor Onze Lieven Vrouwe en haar kind. Niet op zo’n plaatje, maar in het echt.’

Aan de muur 13 – zondag 2 augustus

El Greco – De redder van de wereld (ca 1600)

In Edingburgh hangt dit doek tussen werken uit dezelfde tijd. Maar wat een verschil. El Greco is modern met zijn droge verf, alsof hij met waskrijt op structuurbehang bezig is geweest. En die licht vervormde, doorgaans wat langgerekte koppen. De expressiviteit van El Greco is een verademing. Intussen is zijn onderwerpkeuze traditioneel, maar hij doet er iets mee. El Greco kwam van Kreta, maar maakte furore in Spanje. Hij werd vergeten, maar aan het eind van de negentiende was hij weer modern. Ook dit schilderij is een verademing.

Aan de muur 12 – woensdag 29 juli

Hugo van der Goes – deel altaarstuk van de Drieëenheid (ca 1478)

Vier schilderijen op zijpanelen van een verdwenen altaarstuk. Er is veel verdwenen. De grote kerk in Edinburgh waar dit altaarstuk hing werd tweehonderd jaar geleden afgebroken. Op die plaats – nog een honderd meter van de plek waar je dit schilderij nu aantreft – bevindt zich al heel lang het Edingburghse Waverley Station. Het grote middenstuk verdween al veel eerder. Maar de muziek blijft. Je kunt je afvragen wat die engel doet die achter het orgel vandaan tevoorschijn komt. Zou die geen kaartje voor die orgelconcert gekocht hebben?

Aan de muur 11 – zondag 26 juli

El Greco – Fabula (ca 1590)

Dat de jongen een kaars aansteekt is blijkbaar een opwindende aangelegenheid. Hij vindt het reuze spannend. De aap trouwens ook, net als de man rechts die wat dwaas staat te lachen. Het schilderij heet Fabula, oftewel allegorie, en dat suggereert dat we er iets achter moet zoeken. De aap kan symbool zijn van zondige zinnelijkheid, de man vertegenwoordigt de dwaasheid. Het aansteken van de vlam kan seksuele opwinding betekenen. Vertelt het bordje bij het schilderij.

Mij treft de intieme aandacht. En het licht.

Aan de muur 10 – woensdag 22 juli

Famke van Wijk – Boomtafel (2009)

Kijk maar, dit is niet wat het is. Uit de boom groeit een tafel: alfa en omega. Maar de manifest aanwezig poten leiden in deze constellatie een tamelijk niet erg functioneel bestaan. En er is nog iets. Deze manifestatie van hout, van wat begint als hout en wat eindigt als houten tafel, is van aluminium. Dit is helemaal geen hout. Een beker op een tafel, zo kaal, zou bijna liturgisch sober neergezet, lijkt op een avondmaalsbeker. De beker die we allemaal moeten drinken, ad fundum.

Het mooist vond ik bij mijn bezoek de veelkleurig opvulling van de plek direct boven de stam. Op foto’s elders is dat een leegte, hier is het gat gevuld. Ik dacht aanvankelijk dat het gat met hars gevuld was, maar het zou zomaar een soort regenton kunnen zijn.

Hoe zou het nu met deze boomtafel zijn?

Aan de muur 9 – zondag 19 juli

James Whitelaw Hamilton – An eastcoast village (ca 1885)

De rechte horizontale en verticale lijnen maken er een ideale foto van, maar het is een aquarel. De donkerrode daken scheiden de arbeidzame aardse wereld van de rustig, wat onbestemde hemel boven de daken. Er wordt gewerkt, maar de mensen op het veld zullen er niet moe van worden en wie naar dit schilderij kijkt komt zelfs tot rust. Dankzij de lijnen, dankzij de vlakken, dankzij de keuren, dankzij die figuurtjes. Intussen zijn er die vele ‘groenen’ die Hamilton in zijn aquarel weet te verwerken. Prachtig. De Hamilton hoorde bij de Glasgow Boys, schilders die bij de School van Barbizon maar ook in de Haagse School hun voorbeelden en inspiratie vonden.

Aan de muur 8- woensdag 15 juli

Lucas Granach – Allegory of Melancholy (ca 1528)

Lucas Granach heeft zich voor dit schilderij vooral laten inspireren door Albrecht Dürer, maar voor zijn waardering van melancholie richtte hij zich op Maarten Luther, want Granach was een lutheraan. De kerkhervormer noemde melancholie het bad van de duivel en dat was een negatieve kwalificatie die niet door iedereen gedeeld werd.

Melancholie of zwartgalligheid kon gezien worden als een voorwaarde voor creativiteit. Granach schilderde die schilderij verschillende keren, met dezelfde attributen en steeds met diezelfde drukke kinderen. Naast elkaar leveren ze een fotoreportage op waarbij je begint te begrijpen dat kindertjes deprimerend vermoeiend kunnen zijn. Blijkbaar iets van alle tijden. Dat is misschien een troost voor ouders met jongen kinderen

Aan de muur 7 – woensdag 8 juli

Bert Frijns – Compositie drie balansen met water (2009)

Het is zomer. Het water is groenig, in de voorste van de drie reusachtige kommen is wat blad terechtgekomen. Hoe zouden de schalen of schotels of kommen eruit in de regen, als het gevroren heeft, wanneer heeft gesneeuwd, of als water net ververst is of daar juist hard aan toe is?. En hoeveel kan het glas hebben? Slaat het aan en moet de binnenzijde regelmatig gepoetst worden? Kun je ze kantelen? Wat doet licht met het glas? Zacht licht, hard, laag of hoog.

Ik lees dat de glazen vier na de aankoop door het museum in 2009 een grote beurt nodig hadden. Glashard en kwetsbaar.

Aan de muur 6 – zondag 5 juli

Edward Arthur Walton – The herd boy (ca 1886)

De jongen neemt het er even van, net als de koeien die hij moet hoeden. Het is mooi weer en de in snelle streken neergezette wei nodigt uit om er even je gemak van te nemen.

Edward Arthur Walton was een Glasgow Boy, een groep schilders van rond 1900 die ondanks de naam een landelijke omgeving tot  onderwerp kozen.

Aan de muur 5 – woensdag 1 juli

Vincent van Gogh – Olijfbomen (1889)

Olijfbomen groeien in verdrukking, een hard bestaan. Dat is de schoonheid van het lijden. De paradox van afzien en vrolijke kleuren. De bomen staan klem, met hun voeten in de grond terwijl stam en takken aan wind en blakerende hitte proberen te ontwijken. Wanhoop en vreugde tegelijk. Ik wilde iets zeggen over de ‘gouden’ grond en de blauw van de boom in het midden. Maar wat is dat wit rechtsachter? Op de rand van het paradijselijke groen. Huisjes? Dieren? En kijk die klaprozen! Weer die verdrukking in vrolijkheid. Dat hebben taaie olijven, dat hebben kwetsbare klaprozen ook.

Aan de muur 4 – zondag 28 juni

Berthe Morisot – Vrouw en kind in het park (1884)

Een vijver in een aangename omgeving even buiten Parijs. Parijs natuurlijk, want dat is de stad waar de speelgoedbootjes door vijvers drijven, anderhalve eeuw geleden en nu nog. De jonge dame op de voorgrond is het kindermeisje van het meisje op de achtergrond. De schilderes is de moeder van het meisje, Julie Manet. Berthe Morisot  bewoog zich mee in de storm die het impressionisme in de jaren zeventig heeft veroorzaakt: haar schilderijen – en die van haar zus – hingen er altijd bij.

Berthe was de schoonzus van Edouard Manet. Zij is vaak model voor haar zwager geweest. Pas na haar dertigste trouwde ze met diens broer  Eugène.

Of Berthe dit tafereel en plein air schilderde of volstond met een schets om die thuis uit te werken, weet ik niet. In ieder geval heeft Julie er geen belangstelling voor. Geen wonder: in haar omgeving schilderde iedereen, ouders, ooms tantes. Zelf zou ze geen zeemansvrouw worden: ook zij werd schilderes.

Aan de muur 3 – woensdag 24 juni

Quinten Massys – Portret van een man (ca 1515)

Je ziet wel wat je ziet, maar wat je niet ziet niet, al is het er wel. Onder de dunne huid van een verflaag kan zich een andere werkelijkheid schuilhouden. Soms een arm die in een iets andere houding werd overschilderd, soms een hele persoon. In dit schilderij gaat het om de attributen van de man.  Zij geven het schilderij een heel andere betekenis dan de maker bedoelde. We hebben niet te maken met de schutspatroon van de notarissen. De dunne halo boven het hoofd van de man, het kruis in zijn hand, de pen, de voorwerpen op de voorgrond, ze zijn allemaal later door een ander schilder toegevoegd. Quinten Massijs schilderde een man met alleen een rozenknop in zijn hand. Geen heilige, maar een minnaar.

Aan de muur 2 – 21 juni 2026

Raoul Dufy – Naakte vrouw (1930)

Ze past maar net op het blad, deze dame die je volgens mij ook regelmatig tegenkomt op andere doeken van Dufy. Het gaat hier dan ook om mevrouw Dufy. Op vrijwel al zijn werk zie je dat Dufy er zin in heeft, in het leven. Dat hij geniet van de wereld om hem heen, en van zijn mooie vrouw. Vanwege de signatuur zie je meteen dat dit de goede positie is van het schilderij. Maar waarom eigenlijk? Je kunt het net zo goed een kwartslag draaien, naar links, niet naar rechts. 180 graden kan ook. Je kunt met mevrouw Dufy blijkbaar bijna alle kanten op. Soms vraag ik me af of ze niet net in het water is gegooid, in het blauw dat je bij Dufy ook al vaker tegen komt.

Aan de muur 1 –15 juni 2026

William Crozier – Edinburgh from Salisbury Crags (1927)

Een thuiswedstrijd voor William Crozier en Edinburgh. Daar werd de schilder geboren; daar overleed hij 33 jaar later, bij een val in zijn atelier, waarbij het er toe doet dat Crozier zijn leven lang kampte met hemofilie. Op het schilderij zien we Edinburg en het schilderij zelf hangt daar in The National Scottish Gallery. Dat Crozier deel uit maakte van de Edinburghse School zal daarom niet verbazen.

Een aantal leden daarvan trok in de jaren twintig naar Frankrijk om zich daar flink te laten beïnvloeden door het kubisme, maar de jonge schilders reisden ook naar Italië om daar te leren wat je met licht en kleur kunt doen.

Zomaar wat plaatjes …

  • Contact
  • Privacy
© 2026 Een zachte berm | Aangedreven door Superbs Persoonlijk blog thema