Kunt u ons de weg naar Hamelen vertellen 1 – Utrecht – Loenen
7 juli 2026

Bij de Berekuil staat Tuur me op te wachten. Dit bijzondere verkeersplein uit 1944 passeer ik wekelijks een paar keer en dat al jaren. Bovenlangs met de auto en, zoals nu, onderlangs met de fiets. De naam van deze rotonde annex viaduct werd me al uitgelegd wanneer we van uit het Westland Utrecht voorbijreden, voor een vakantie of voor een bezoekje aan mensen die op dat moment ergens voor een of twee weken een huisje hadden gehuurd. Want daarbij hoorde natuurlijk dat je vervolgens bij die familieleden of vrienden van mijn vader en moeder langsging. Tegenwoordig heeft de Berekuil vooral te maken met halen en brengen of bezoeken van kleinkinderen, maar het feestelijke vakantiesmaakje is deze rotonde nooit helemaal kwijtgeraakt en dat kan geen kwaad. De betegelde wanden van de fietstunneltjes dragen bij aan de feestelijkheid, met die beren erop. En nu dus de afspraak met Tuur om vanaf hier ons weekje fietsen te beginnen.
Onderweg veel herkenning. Nu, na 78 kilometer, tentjes neergezet op een veld waar ook wel edel- en damherten overnachten, volgens de mevrouw van de camping. We zullen zien. Loenen, dacht ik, toen ik voor de eerste nacht een camping zocht. Dat klinkt landelijk. ‘Waarom heb je een plek uitgezocht die pal naast de A50 ligt?’ wil Arthur weten. Ik had er niet op gelet, had vertrouwd op de klank van de naam…, Loenen. Nu blijkt dat voor die herten op zich ook geen bezwaar te wezen, dus misschien valt het mee.
Het eten. Dat zouden we in het dorp doen. Lag 7 kilometer verder, Loenen. Moest je ook weer terug. Hebben we gedaan, mijn nauwkeurige tellertje telde vervolgens nog eens zestien kilometer bij de al gereden 78 op. We hielden het eenvoudig bij patat en een berenklauw. ‘We beginnen bij de Berekuil en eindigen bij een berenklauw,’ grapt Arthur. ‘Wat zegt u?’ vroeg de vrouw achter de balie. Haar Aziatische uiterlijk en meer nog haar onhollandse tongval maakten duidelijk dat dit grapje niet zo een-twee-drie uit te leggen viel. ‘O niets,’ zei Arthur. ‘Dus patat en berenklauw.’ De vrouw wilde geen misverstanden.’