3 maart 2026

Drie keer zagen we elkaar in 2025. De eerste keer kwamen we naast elkaar te zitten bij de uitvaart van de vrouw van een collega en de derde keer bij de uitvaart van die collega zelf. Toen herbevestigden Nico en ik onze afspraak om elkaar na zoveel jaren weer eens op te zoeken. De tussenliggende tweede keer was afgelopen zomer toen Mente en ik langsgingen omdat Nico’s vrouw Jenny gestorven was. In de zomerse hitte van toen maakten we onze afspraak waarna bleek dat onze agenda’s elkaar slecht verdroegen en spontane pogingen tot een bezoekje liepen uit op een kop koffie of thee bij een andere collega.
Goed. Vanochtend is het dus gelukt. We herdachten het gedeelde verleden waarbij we een kwart eeuw allerlei werkzaamheden en ook uitjes deelden. Maar ook dat Jenny en hij ons in 1975 hun auto leenden om daarmee drie weken in Frankrijk op vakantie te gaan. We scheelden iets meer dan tien jaar in leeftijd, genoeg om het ene stel in een heuse Volvo te laten rondrijden en het andere stel op een fiets. Ze waren in allerlei opzichten genereus, Nico en Jenny, en dus ook als het ging om hun rode Volvo waarmee we stroomopwaarts eerst de Maas en daarna de Loire volgden. Uiteindelijk zouden we in Bretagne terechtkomen, samen met Gerard en Josje.
Nico begon er vanmorgen zelf over, over die Volvo (en een werkweek in Berlijn waar hij voor het eerst een pizza at), maar dat ik het knopje van zijn scheerraampje had
afgebroken wist hij niet meer. Dat moest hij dan maar weer vergeten. Voor mijn vertrek liepen we het appartement door. ‘Ik koop het,’ zei ik.
Bij het afscheid pakte hij mijn vest van de kapstok om me daar als galante gastheer in te helpen. Dat gaf mij de tijd om rustig rond te kijken in de lange brede gang. En toen viel mijn oog op de oude kruik of pot. ‘Wat vind je van die pot?’ vroeg ik. ‘Prachtig ding, daar zijn we heel blij mee.’ ‘Hoe kom je daaraan?’ Nico had geen idee en daarom kon ik hem vertellen dat hij die van ons had gekregen, van Josje, Gerard, Mente en mij, toen we in ’75 hun auto hadden geleend. Hij bedankte me er nogmaals voor. Of ik er nog even een foto van mocht maken. Geen probleem. ‘Want,’ zei ik, ‘als jij het niet weet, dan weten de anderen het misschien ook niet meer en dat maakt me nieuwsgierig.’ Ik weet het nog goed, we kochten de pot bij een brocante en vonden hem niet eens zo goedkoop (tachtig of negentig gulden?). Maar de discussie toen, bij die brocante, ging vooral over de bestemming, want een van ons wilde die pot voor zichzelf kopen. Ik weet niet meer wie het was en ook dat we het samen vrij snel eens waren, maar van het idee dat we misschien niet met dit prachtige cadeau voor Nico en Jenny zouden terugkomen, werd ik toen een beetje onrustig, weet ik nog.
Thuis liet ik de twee foto’s aan Mente zien. Zij wist het echt niet meer. ‘Wedden dat Gerard of Josje het nog wel weten.’
Intussen leven we een halve dag verder en heb ik uit Den Haag het bericht gekregen dat men het daar een leuke pot vindt, maar daar houdt het mee op. Dat viel me een beetje tegen. Gelukkig wist Nico niks meer van het knopje van het scheerraampje van zijn rode Volvo. En die pot doet het ook prima zonder herinnering. Mooi ding.