Ga naar de inhoud

Een zachte berm

Len Borgdorff staat aan de kant

Menu
  • Home
  • Och heden
  • Foto’s
  • Nieuws
  • Aan de muur
  • Gedichten
    • Gedichten voor de ‘Kerst’
  • Iets anders
  • Tussen hier en daar
  • Links
Menu

’s Rijks

Gepubliceerd op 22/08/202622/08/2026 door Len Borgdorff

22 augustus 2026

‘Ik hou niet van speurtochten.’ Toch neemt Marcus het foldertje van me aan. Zijn neefje Tommy reageert juist gretig. Wat moet er opgelost worden en wat krijg je als je alles goed hebt? Twee snoepjes vindt hij al genoeg. Er valt niets op te lossen. Je moet in de tentoonstellingszalen met werk van Fiep Westendorp gewoon drie Pommetjes ontdekken en nog het een en ander en dat is het. Geen letters verzamelen die samen een woord vormen en ook geen sleutelhanger als beloning. Vindt Tommy wel een beetje jammer, maar dat zijn neven Lucas en Marcus er ook zijn, maakt veel goed. De nog wat terughoudende Marcus blijft bij ons, Lucas en Tommy stormen rücksichtlos tussen de mensen door om vooraan te komen en dichtbij de tekeningen te kunnen. Gelukkig heb ik als opa niet alléén deze drie vuurpijltjes onder mijn hoede: Sam is mee. Die gaat onmiddellijk achter de twee dolle neefjes aan om die een beetje in de gaten te houden, al is het maar omdat ook twee suppoosten Lucas en Tommy extra in de gaten komen houden.

Het valt Marcus dat het omslag van het grote Jip en Jannekeboek er net iets anders uit dan dat van het boek thuis. Wat voor dier heeft hij graag als huisdier had. Een kip. ‘En welk dier wil je liever niet in het donker tegenkomen?’ Een kip. ‘Wat voor dier zou je willen zijn?’ Ik hoef alleen maar voor te lezen wat er op de folder met de speurtocht staat. Weer zegt hij kip, maar dan valt zijn oog op allerlei tekeningetjes van egeltjes. ‘Nee, ik zou het liefst een egeltje zijn.’ Daar tekende Fiep Westendorp er heel veel van. Dus welk van die egeltjes wil hij dan wezen. Ikzelf kies een andere uit. Wat verderop staat Sam iets aan aan Tommy en Lucas uit te leggen. Sam legt graag uit. Er is nog maar één suppoost, die het drietal argwanend in de gaten blijft houden.

Het is een hele reis om van de tentoonstelling van de grote Westendorp naar de eregalerij met Rembrandt en anderen te komen, ook als je niet op al het schoons let dat je passeert.

In de volgende zaal hebben de drie jongetjes

hun speurtochten al omgebouwd tot feesttoeter. Ze lopen triomfantelijk trompetterend in een rijtje door de zaal. Een blik van Sam is genoeg om de drie Stampertjes wat rustiger te krijgen, totdat Lucas merkt dat die feesttoeter wel veel gelijkenis vertoont met de zwaarden die we tegenkomen op schilderijen of in het echt. De suppoost van de volgende zaal ziet het ook, als je nog amper kunt zien dat deze feesttoeter twee tellen later als een zwaard door de lucht kan zwaaien. Zij weet niet hoe snel ze bij Sam moet komen om hem te vertellen dat dat echt niet kon. Waarom geven ze in een museum kinderen dan ook zulk gevaarlijk speelgoed mee?

Een zaal verder zijn we ze even kwijt. Ze hebben een nis ontdekt waarin je je kon verstoppen. ‘Pinkeltje in het Rijksmuseum,’ zegt Tommy. Dat jochie kent zijn klassiekers.

Ook herkent hij Vermeers Melkmeisje van een playmobilpoppetje thuis. ‘Dat heeft die schilder dan mooi nageschilderd,’ vond Lucas. Ze vinden het alle drie een goeie grap.

Naast de ruimte waar de Nachtwacht momenteel gerestaureerd wordt, hangt een even grote reproductie. Met daar weer voor een vrouw met een groep wat groter kinderen. Gewoon op de grond. Ze vertelde over de Nachtwacht. Als een gedresseerd hondje gaat Marcus erbij zitten. Heel devoot. Zijn broer en neefje volgen, minder devoot. De vrouw hapert even. Sam en ik nemen de jongens maar weer mee.

Bij de Nachtwacht worden ze zowaar stil. Het grote doek hangt achter glas, dat wel, maar zo zonder lijst iss het wel erg bloot en indrukwekkend. En dan is er dus ook nog een mevrouw achter dat glas die er zomaar aan mag zitten. Minutenlang is ze bezig op een vierkante millimeter. Dat maakt het schilderij er alleen maar overweldigender op.

In de buurt van de museumwinkel waar ze van mij niet in mogen, gaan ze tegen een pilaar zitten. ‘Kinderen te koop,’ roepen ze. ‘Vijf euro per stuk. Leuke kinderen te koop!’ Niemand die het hoort, merk ik. Van mij hadden ze nog wel wat harder mogen roepen.

De Nachtwacht vinden ze alle drie het mooist, vertellen ze naderhand thuis aan de achterblijvers, maar het allermooist was de skatebaan op het Museumplein geweest. Daar kon je heerlijk rennen en uitrusten met een pakje limonade.

Zomaar wat plaatjes …

  • Contact
  • Privacy
© 2026 Een zachte berm | Aangedreven door Superbs Persoonlijk blog thema