Kunt ons de weg naar Hamelen vertellen 5
11 juli – van Lienen naar Bielefeld

Zo’n grote bruine wand ziet er op het eerste gezicht niet erg fraai uit. We hebben het over een geval van al gauw twintig meter hoog en met een lengte van tweehonderd meter? Driehonderd? De muur wordt gestut door houten stammen. Heeft hier een megalomane boswachter of houtvester om een of andere duistere reden zomaar zijn gang kunnen gaan? Hier moet iets aan de hand zijn. Maar wat? Allereerst is het geen echte muur, want het geval is al gauw vijf meter breed. Er zijn poortjes waar je doorheen kunt om te zien dat ook aan de andere kant deze dikke wal gestut wordt. Het is vooral een installatie. In de achttiende eeuw bedacht voor de zuivering bij de zoutwinning, zoals hier in Rothenfelde. Zout water wordt omhoog gepompt naar een soort kanaal, een lange bak, bovenop dat bouwwerk en vandaar sijpelt dat water omlaag langs takken van voornamelijk sleedoorn. Door de dichtheid daarvan druppelt dat water uiterst traag omlaag. Door die traagheid krijgen ook wind en warmte van de zon er vat en zo ontstaat een zilte microsfeer die je van het strand kent.
Ooit ontdekte men dat werknemers die bij de zoutwinning met zo’n gradierwand hun brood verdienden, bovengemiddeld gezond waren. Lang verhaal kort: deze bijvangst van de zoutwinning werd hoofdzaak; om de winning van zout gaat het hier al lang niet meer. Het gaat om deze microsfeer.
Je ruikt het goed als je er zit en die fijne nevel heeft bovendien iets betoverends. Wij verbaasden ons aanvankelijk, Tuur en ik, over de hoeveelheid rollators en steunstokken die ons passeerden of die braaf naast de vele bankjes tegenover de wand te wachten op de meestal oude en nogal krakkemikkige baasjes.
Het leek hier Bethesda wel! Toen er ook naast ons iemand kwam zitten die tot het ras der krakkemikkigen behoorde, kregen al die anderen plotseling iets menselijks, iets wat wij ze aanvankelijk met onze slappe lach en ons gebrek aan informatie niet gegund hadden.
De vrouw was vroeger mooi geweest en daar was bij wat nadere aandacht – we zaten naast elkaar en raakten in gesprek – het nodige van over gebleven. Gek genoeg deed ze me aan het mooiste meisje van de kleuterschool denken, maar die kwam uit Monster, deze vrouw uit Bocholt. Mooi aan haar was ook dat ze na een paar woorden Duits van onze kant onbekommerd van alles begon te vertellen. Met humor, onderhoudend. Dat begrepen we wel, al konden we het meeste niet verstaan.