Ga naar de inhoud

Een zachte berm

Len Borgdorff schrijft en fotografeert

Menu
  • Home
  • Och heden
  • Foto’s
  • Nieuws
  • Gedichten
    • Gedichten voor de ‘Kerst’
  • Iets anders
  • Tijdens de wandeling
  • Links
Menu

Jongens van De Witt

Gepubliceerd op 21/08/202521/08/2025 door Len Borgdorff

17 augustus 2025

In de kantine maakten we nog een stukje bingo mee waarbij prijzen vergeven werden die niemand wil hebben. Aan de bar zat een man met een harde stem, een stem waarop die man zelf verliefd was. Ik had hem een paar uur eerder al over het kampeerterrein horen schallen. Ik moest denken aan een typetje van Wim de Bie, Dirk de zwerver, met zijn eeuwige pilsflesje in de hand. Bij de bingo zag ik dat de man er een stuk keuriger uitzag dan zijn stem deed vermoeden, maar vermoeiend bleef het om steeds hém ‘bingo’ te horen roepen als een ander zijn kaart vol had. Wat die kantine aangenaam maakte, was de temperatuur, want veel warm spul had ik niet meegenomen.

Vandaag weer mooi gemeanderd en opnieuw kunnen genieten van koffie met appelgebak, keurig spul van Dudok, niet zo overdadig als gisteren in Kerdriel waar we behalve kloek gebak bij de koffie ook nog een schoteltje slagroom, een bonbon én, heel belangrijk!, een glaasje water kregen. Er is een verhaal van Carmiggelt waarin de melkboer, net terug van vakantie, de schoonheid van Brabant bezingt en daarbij niet verder komt dan al het heerlijks te bezingen dat de groep in het hotel bij het diner uitgeserveerd kreeg. Wordt Carmiggelt nog gelezen? Ik mag het hopen. In ieder geval moesten wij weer lachen om het verhaal, tijdens het appelgebak, daar in Brabant, o nee, Gelderland.

In het onvolprezen Dordrecht bezochten we de tentoonstelling over Johan de Wit. Na

Hugo de Groot gisteren kon hij er nog wel bij. Overigens weer iemand die net als knecht Brenkman bij Appeltern (zie eergisteren) gruwelijk aan zijn eind kwam. Het geeft wel een merkwaardig  beeld van Nederlanders, dat volk dat zich lang zo tolerant heeft durven noemen.

De Wit werd in 1625, dus precies 400 jaar geleden, in Dordrecht geboren, als zoon van de burgemeester daar, die als ik het wel heb een tijdje op Loevestein gevangen heeft gezeten(zie gisteren). Broer Cornelis zag er trouwens ook het levenslicht dat net als dat van zijn broer in 1672 op zo gruwelijke wijze gedoofd zou worden.

Ik werd als kind al bang van het verhaal over deze twee broers en die angst ben ik nooit helemaal kwijt geraakt. Het is de angst voor de horde die zijn toevlucht neemt tot de oneliners en stelligheden waarin populisten grossieren. Maar daar heb ik het al vaker over gehad.

Tuur kende dit museum nog niet en ging nog wat verder op verkenning uit. Ik was er al vaker en vond het wel genoeg, al stond ik wel een tijdje stil bij Het zieke kind van Gabriël Metsu. Het schilderij is veel kleiner dan ik me herinner. Een triest doekje maar wat is het toch gaaf, met die dodelijke kleuren.

‘Als je me zoekt, ik zit op de groene bank achter de hoofdtrap,’ appte ik naar Tuur elders in het gebouw. Ik raakte er in gesprek met een vrouw die Annie heette en over het geluk om onsterfelijk gemaakt te zijn dankzij het lied Annie, hou jij me tassie effe vast. We kenden beiden alleen het refrein en vroegen ons zelfs af of het lied wel coupletten kenden. Dat heb ik intussen opgezocht: ja, er zijn coupletten. Onderweg naar het station dachten we nog even aan alle stille ellende van de bewoners hier die regelmatig iets te stellen hebben met een hoge grondwaterstand.

Zomaar wat plaatjes …

  • Contact
  • Privacy
© 2025 Een zachte berm | Aangedreven door Superbs Persoonlijk blog thema