5 mei 2026

Vanwege zijn goedlachsheid denk ik dat iemand als Mark Rutte geen hofnar nodig heeft. In zijn geval denk ik eerder aan iemand die niet eens zoveel zegt, maar die wel indringend kijken kan en die zucht, niet dramatisch, niet heel duidelijk en toch genoeg voor de heer Rutte om even stil te vallen en te vragen wat er is. En dat zou dit betaalde geweten dan ook vertellen. Die zou ook zeggen: ‘Laat me nu even uitpraten. Jij bent behendiger in taal en redeneren dan ik, dat weet ik ook wel. Je bent kien, maar iets meer bedachtzaamheid, maar […].’ En zo verder en zo voort.
Trump daarentegen, of een Netanyahu, Poetin en noem er nog maar een stel, zouden wel wat hebben aan een vaste hofnar. Eentje die altijd meereist, die erbij is bij belangrijke gelegenheden, niet opvallend, ergens in de stoet. Misschien niet op een podium, maar dan wel op de eerste rij. Iemand ook die heel af en toe zelf in de publieke ruimte een podium krijgt, maar die vooral een rol binnenshuis speelt.
Iemand die kan imiteren. Misschien helpt dat bobo’s om iets minder opgeblazen en met minder kapsones of juist wat vriendelijker voor de dag te komen. Iemand ook die opmerkingen ironiseert, wijst op inconsequenties, iemand die verhalen kan vertellen, die olie op het vuur van de president maar ook op de golven kan gooien.
Iemand die de waarheid van de lachspiegel kent en daar goed mee om kan gaan.
Een hofnar moet links- én rechtsom mensen laten lachen, nadenken en meevoelen. En één ding: een hofnar moet geen raar kostuum dragen. Geen kap, geen belletjes, geen schminck of wat ook. Dat hebben we wel gehad.
Niet dom natuurlijk, geen potsenmaker die onbegrip compenseert met drollerig gedrag, geen zelfingenomen kwast die er prat op gaat iedereen te slim af te zijn. Daarmee vallen nogal wat cabaretiers en columnisten af. En predikanten en vakbondsleiders en schoolmeesters. Niet allemaal, want Pieter Derks lijkt me zeer geschikt. Freek de Jonge dan weer niet: daar hangt teveel ‘ik’ omheen. Leuk ik misschien, maar geen talent voor gespeelde ondergeschiktheid.
De man met de kop die jaar en dag te zien was op de bandjes van de Hofnarsigaren en de daarbij horende reclameborden al helemaal niet. Dat lijkt een vervelend kereltje. Ik was als kind bang van die zelfingenomen blik met dat rare dichtgeknepen oog en dan die onmatige mond! Gelukkig rookte mijn vader geen Hofnar.
O ja, mooi blokfluit kunnen spelen, dat lijkt me wel een pré. Sigaren roken dan weer niet.