22 maart 2026

Je kunt beter van kleurschakeringen spreken dan van kleur. Hun vormen zijn variaties op een eeuwig thema en hun oorsprong mag bewogen zijn, duinen zijn vooral een zachte stilstand. Ze zijn overzichtelijk, bieden luwte. Zijn zacht. Om te zien, om te voelen. Om over te dromen, om naar te verlangen. Om te herkennen. Te vergeten. De duinen dragen noties met zich mee die alles met mensen te maken hebben, maar net zo goed met de konijnen en de beheerste, even terughoudende als onweerstaanbare begroeiing die zomaar, bij een duintop of een duinenrij in de verte, helemaal verdwenen kan zijn.
Duinen zijn leven, dood, geboorte, liefde. In duinen incarneert de wind tot zand en zaad geworden vormen, tot Psalm 23, met hier en daar een plas waarin wat vogels, en altijd de zanden der rust. Duinen zijn een akoestisch wonder. Zelfs een blaffende hond doet het goed in de duinen. En van de hond die me twee dagen geleden probeerde te bijten voel ik alleen de zachtheid van zijn bek nog in mijn vingers. Die ik op tijd terugtrok. ‘Toen we vanmorgen lagen te vrijen,’ zegt Mente op het duinpad, ‘voelde ik me als de duinen. Ik was de glooiingen en ook de zachtheid.’ Heb ik haar nooit verteld dat ik haar, haar lijf, maar ook haar stem, associeer, met landschap? De erotiek van natuurlandschap, het erin dwalen, klimmen en dalen. Opstaan en liggen. De warmte. De veranderlijkheid van altijd en nooit hetzelfde. Altijd de ander, telkens thuis. Voor de jongen en het meisje in de duinen achter de Laan van Poot en bijna zestig jaar later weer. Nog steeds.
Ik werd geboren in de Varenstraat, op de hoek van de Helmstraat, vlakbij de Braamstraat en achter de Duinstraat. Ik hoop dat bij mijn zomerse geboorte het raam van de kamer van mijn ouders open stond. Dan zou ik uit ruis tevoorschijn zijn gekomen om vlak achter het ruisen van de zee, voor het eerst aan de borst gelegd te worden.
Ik begrijp heel goed dat duinen niet zomaar het meervoud van duin is. Het meervoud van duinen is er om de veelomvattendheid ervan een beetje recht te doen. Geboorte, leven, liefde, tederheid, geilheid, geborgenheid, als eeuwigheid verpakte tijdelijkheid, dood. Duinen.
Wij hebben anderhalf jaar geleden een plek uitgekozen om begraven te worden. In Utrechts weidegebied.
Dertig jaar geleden liep ik in de zomer vaak door de duinen bij De Cocksdorp naar zee. Hier dus. In dat niemandsland, waar je kunt blijven dromen terwijl je mensen passeert die je nog groet ook. Waarom zou ik me niet laten cremeren, dacht ik toen – al was ik daar natuurlijk veel te jong voor, nog steeds trouwens. Dan zou hier mijn as verstrooid moeten worden. Legaal of illegaal; doet er niet toe. Hier of in andere duinen, want ook dat geldt voor duinen: ze laten zich niet binden aan een topografische identiteit.
Tussen Monster en Loosduinen, bij het veld van Solleveld, werden diep in het zand lijken gevonden die uit niet meer bestonden dan verkleurd zand. Stel je voor. Mooi.
Zelfs dode konijnen, al zie ik ze liever levend wegschieten als ik een foto wil nemen, in het zand of de vale begroeiing van duinen lijken dood in hun element te zijn gebleven.
De duinen zijn met wat er in beweegt, bewoog, stil ligt of opstuift, groeit, vrijt of sterft, hun eigen element.