3 juli 2026
In de viering van 14 juni ging Peter Sierksma voor en hij liet zijn overweging onderbreken door Tanja en David van Dijk een lied van Nick Cave te laten zingen, Brompton Oratory, waarin de ik met Pinksteren de gelijknamige kerk bezoekt. In de evangelielezing van die dag verschijnt Christus aan zijn leerlingen. Cave ziet ze om zich heen in deze Londense kerk. Stenen apostelen. Dat zou hij ook wel willen: van steen zijn. Wie de sombere Cave een beetje kent, kan zich dat verlangen misschien wel voorstellen. Ook in andere popliedjes en gedichten verlangen mensen ernaar van steen te zijn. In het leven van Cave vond overigens het een en ander plaats om niet vrolijk van te worden. Zijn Brompton Oratory schreef hij overigens lang voordat hij twee van zijn kinderen zou verliezen.
De geest van Cave dwaalt af van wat er in de viering gebeurt – dat herkennen we vast wel. Vanuit die behoefte om net als de apostelen van steen te zijn en God en duivel te ontkennen, ruikt hij weer het bloed van een jij. Een geliefde. Een kind? Een minnares? Christus? Ik vraag me af of we wel moeten kiezen. Wel gaat Cave vervolgens letterlijk op de knieën. Voor wat zich in zijn leven aan hem voltrekt, zou je kunnen zeggen.
Peter Sierksma trok veel op met de in 2010 overleden dichter Willem Barnard. Aan hem vroeg Sierksma indertijd of die de liedtekst van Nick Cave wilde vertalen. Dat deed hij. Peter las deze vertaling die zondag voor.
Ik heb goed naar Peter geluisterd, echt waar, maar tegelijkertijd dwaalden mijn gedachten af naar bijna tien jaar geleden, naar een van de telefoongesprekken met Benno Barnard,
de zoon van, inderdaad, en net als zijn vader is hij dichter. Benno woonde toen al een paar jaar in Engeland en was lid geworden van de Anglicaanse kerk. Met zijn lastige dochter Anna ging het sinds een klein jaar ineens veel beter, tot ieders grote vreugde. Nu was ze in Amerika, voor een studie-uitwisseling. Ze woonde daar bij de schoonouders van Benno. Het ging zo goed met haar! Tot het moment van het auto-ongeluk. De wagen waarin Anna zat met zes anderen werd aangereden. Alleen Anna overleefde dat ongeluk niet.
Een paar dagen na haar uitvaartdienst in een Engelse kathedraal had ik weer contact met Benno. Die dienst was druk bezocht geweest, dat had hem goed gedaan. Hij voelde zich erdoor gedragen. Daar droegen die mensen aan bij. Maar er was meer. Die mensen vertegenwoordigden de generaties van mensen die in de loop der eeuwen in dat godshuis samen waren gekomen, voor de wekelijkse ceremonie, maar ook bij geboorte en doop. Benno voelde zich gedragen door het gebouw dat vertrouwd was met menselijk verdriet. Door de liturgie. De traditionele gezangen en gebeden, de muziek die over de tijd heen reikt. ‘Ik voelde me gedragen.’ Benno zei het een paar keer. Ook met betrekking tot Anna: ‘We worden gedragen.’ Of wij dan leven of sterven…, dacht ik.
Daar moest ik aan denken toen Sierksma het had over Brompton Oratory en over Willem Barnard.
Opnieuw als Och Heden een intro voor de nieuwsbrief van de Tuindorpkerk, nu die van vandaag.