18 april 2026

De Tweede Maasvlakte werd Tuur door de neus geboord. Hij had er graag een keertje willen fietsen en daar was het nooit van gekomen. Omdat de daarvoor geplande pont pas over een maand weer gaat varen, liep (fietste) het anders. Wel fietsten we door mijn geboorteland. Tuur en ik kennen elkaar al heel lang, maar de streek waarin mijn jeugdherinneringen zich afspelen, kent hij amper. Ik moest maar het een en ander laten zien. Hij is aan zijn trekken gekomen.
Ergens bij Kijkduin zouden we ons lunchpakketje soldaat maken. Een hoge, ‘valse’ duinheuvel daar leek me wel een goede plek. Ik kom er geregeld, al ging ik er nooit de trap op. Dat moesten we nu maar eens wel doen, want er was iets met die heuvel. Iets met landart. Ik wist er het fijne niet van.
Nu wel en ik schaam me er een beetje voor dat ik nooit geweten heb van het Hemelse Gewelf, terwijl dat er al dertig jaar is. In zekere zin is het kunstwerk zelf geen gewelf, maar juist een kom, een soort krater, met in het midden van steen iets wat op een bank lijkt. Daar aten we onze boterhammetjes. Wel een beetje jammer om dat hier, op een plek die nota bene kijkduin heet, in een soort kuil
te gaan zitten, dacht ik nog. Er kwamen andere mensen die kom in, via een tunneltje, en iemand ging op de veertig, vijftig centimeter brede rand van onze bank liggen. Het leek me niet lekker liggen: schuin achterover, voeten wat hoger dan je hoofd en dan op die relatief smalle en in elk geval harde rand van steen.
Maar dat het wel de bedoeling was om dat te doen, begrepen we nu. Hier was die bank voor gemaakt. Pas door daarop te gaan liggen ontstond het kunstwerk en deed het zijn naam eer aan: hemels gewelf. Dat bleek toen ook wij er gingen liggen. Ongemakkelijk was het inderdaad, de eerste minuten, maar het wende. Snel genoeg om plezier te hebben in de mensen op de rand van de kom. Het leek wel of ze ondersteboven liepen, als insecten over je eigen oogrand. En dan was er vooral die lucht. Geschilderd door een Turner of een Weissenbruch of een Ruysdael, maar dan geschilderd met lucht. Dit is een plek om teug te keren. Iedere keer hetzelfde kunstwerk, elke keer anders, een permanente wisseltentoonstelling. Dit werk van James Turrell was, zou je kunnen zeggen, niet het werk zelf, maar de onmisbare voorwaarde voor een kunstwerk dat hij niet gemaakt had. Hij maakte een kom van aarde en steen om een hemelse gewelf van lucht en licht mogelijk te maken.
We begonnen gisteren als luchtfietsers met de lucht van Turner in ons kop, Tuur en ik, en zo eindigden we ook.
Het viel me niet mee om overeind te komen van dat merkwaardige stenen bed in die kom. Gelukkig trok iemand me overeind. We konden weer verder. Naar het station.