Ga naar de inhoud

Een zachte berm

Len Borgdorff staat aan de kant

Menu
  • Home
  • Och heden
  • Foto’s
  • Nieuws
  • Aan de muur
  • Gedichten
    • Gedichten voor de ‘Kerst’
  • Iets anders
  • Tussen hier en daar
  • Links
Menu

Een twee hup

Gepubliceerd op 19/07/202619/07/2026 door Len Borgdorff

Kunt ons de weg naar Hamelen vertellen 4

10 juli 2026 – Van Rheine naar Lienen

Bij een kasteel zagen we iets wits tussen een paar auto’s tevoorschijn komen. Een vrouw in het wit. Overdadig wit. Een bruid. Daar moesten we wel even het onze van weten. Misschien omdat het nog tamelijk vroeg in de ochtend was, misschien omdat de bruidegom nog in bed lag na een drinkgelag de avond ervoor, hoe dan ook: er waren alleen een bruid in overdadig slagroomwit, twee vrouwen in strak zwart en dat kasteel. Ik riep dat wij speciaal uit Utrecht gekomen waren om haar te feliciteren met deze heugelijke dag. En Tuur wilde weten of zij de barones was. Dat was ze. Of ik een foto mocht maken. Dat vond ze prima.

De tocht was mooi en de lunch op het drukke pleintje in Tecklenburg prima. Maar om daar te komen werden we wel geconfronteerd met een klim van twee kilometer die er voor zorgde dat ik meer dood dan levend in Tecklenburg aankwam. Het trappen kon me zo zwaar vallen dat ik begon te hijgen. Als een paard zeg je dan. Zelf moest ik meer aan mijn auto denken die tegenwoordig, misschien vanwege het warme weer, vaak nog naraast als de motor al is uitgeschakeld. Daar heb je geen zeggenschap over. Na een tijdje houdt dat hijgen, net als de ventilator van de auto, zomaar op. Paar slokken water

en door. Als dat lukt. Of anders lopen. Zo gaat dat dus en de frequentie ervan neemt toe. Dit hele circus herhaalde zich een paar kilometer voor de camping.

In de laatste weken van haar leven had mijn moeder niet meer de puf om uit bed te komen. ‘Ik lig maar wat te lummelen,’ zei ze, want ziek zijn stond niet in haar woordenboek. Maar zodra ze aandrang voelde, wilde ze toch uit bed, hoewel haar was bezworen dat niet te doen. Dat was teveel gevraagd voor de schone en gedisciplineerde vrouw die mijn moeder levenslang geweest is. Vanuit een sluimertoestand kon je haar dan ineens horen mompelen: ‘Een, twee, hupsakee.’ Pas na een paar pogingen lukte het haar om daadwerkelijk overeind te komen.

Op- en afstappen op een fiets met bagage wordt steeds lastiger. Een zwaai met mijn rechterbeen over de bagage lukt sowieso niet, maar mijn voet over de stang krijgen valt ook niet mee. ‘Een, twee, hup,’ zeg ik dan. Soms een paar keer. Tot het lukt. De afgelopen jaren ben ik zes centimeter gekrompen. Dat is één, twee is dat op dagen als deze mijn afnemende souplesse me meer parten speelt.

De dominee uit mijn kinderjaren schreef me ooit: ‘Het is een goed zoon die naar zijn moeder aardt.’ Zelf vond ik me toen in doen en laten meer op mijn vader lijken, maar tijdens mijn gezwoeg van vandaag vind ik toch troost in de woorden van dominee Van Bekkum. ‘Mama, ik lijk steeds meer op jou.’

Zomaar wat plaatjes …

  • Contact
  • Privacy
© 2026 Een zachte berm | Aangedreven door Superbs Persoonlijk blog thema