Ga naar de inhoud

Een zachte berm

Len Borgdorff staat aan de kant

Menu
  • Home
  • Och heden
  • Foto’s
  • Nieuws
  • Gedichten
    • Gedichten voor de ‘Kerst’
  • Iets anders
  • Tussen hier en daar
  • Links
Menu

Een of andere boom

Gepubliceerd op 16/04/202616/04/2026 door Len Borgdorff

16 april 2026


Halverwege mijn fietsrondje staat een grote indrukwekkende boom die me pas een maand geleden is opgevallen in al zijn donkerte en de massiviteit ervan. Geen boom om onopgemerkt te blijven. Maar mij is dat dus jaren achtereen gelukt. Ter verontschuldiging: het fietspad kruist hier juist de toegangsweg naar de Maarsseveense Plassen, vanaf de oostkant. Daar is het nooit druk, maar er komt bijna net toevallig een auto aan als ik daar fiets.

Maar op een donkere dag in februari drong zich de boom eindelijk aan me op en meteen schaamde ik me. Dat ik dat omineuze gevaarte nooit had gezien! Maar ja, fietsen is fietsen, dus ik ben niet gestopt. Wel plopten er andere woudreuzen uit het archief in mijn bovenkamer tevoorschijn. Herinnering aan eiken uit Duitsland, aan kauribomen van duizend jaar en meer in Nieuw-Zeeland. Ik moest denken aan tekeningen en etsen uit de 17de eeuw.

Een volgende keer, een dag met meer licht en meer zon, zag ik dat het met de omvang van de boom wel een beetje meeviel. Er kwam sprietste licht door de duisternis van deze kolos. Die helemaal niet een en al massiviteit bleek te zijn. De kloeke omvang had de boom ook te danken aan de wellust waarmee deze door klimop was ingepakt, van voeten tot hoofd. Er staken alleen wat uiteinden van takken uit. De boom zou wel eens ten dode opgeschreven kunnen zijn.

Terwijl ik verder fietste verdween de klimop en was er weer die oeroude woudreus, waren er weer de herinneringen aan eeuwenoude schetsen en etsen. Nee, niet aan schilderijen. Ik moest aan John Constable denken. Weliswaar een negentiende-eeuwer, maar wel eentje die heel goed heeft gekeken naar wat Hollandse schilders en tekenaars uit de zeventiende eeuw deden.

Vandaag was het groen van de weilanden heel erg groen. En tegelijk was er veel geel van bloemen, en het paars van doorgaans zo

zeldzame pinksterbloemen. En de boom, die zwarte kolos? Zelfs het donkere groen van de parasitaire klimop lichtte op en glansde vriendelijk. En wat meer was: die iele takken van de boom zelf waren uitgelopen. Dunne vingers waar het verse groen vanaf droop. Nu stopte ik toch even. Om een foto te maken maar ook om erachter te komen wat voor boom het was. Mijn kennis is en blijft gebrekkig op dit punt, maar met googlelens en met een bomenapp moet je toch een eind komen. Het is een hazelaar. Of nee, een esdoorn, nee, een eik (dat is het zeker niet). Een iep. Het groen is nog te bescheiden om blad genoemd te kunnen worden. We weten nog niet of het een jongen of een meisje is, zou je kunnen zeggen.

Thuis moest ik toch maar eens naar die tekening van Constable kijken, bedacht ik. Dat was een oude eik en dat was deze boom zeker niet. Intussen keek ik nadrukkelijk naar de bomen waar ik langs kwam. Zag niet zo gauw gelijkenis met de aangeklede boom die me te lang ontgaan was.

Zojuist heb ik de boom van Constable opgezocht. Die is niet van Constable, maar van  A Waterloo. Het gaat om een tekening uit 1675. Waterloo is Napoleon, is 1815. Pas als ik A vervang door Anthonie wordt er een heel bos aan tekeningen voor ontsloten. Die Waterloo werd geboren in of bij Lille, verhuisde jong naar Amsterdam en vervolgens, let op!, naar Maarssen waar toen nog geen Maarsseveense Plassen waren. En die gedachte aan Constable was zo gek nog niet; deze schilder blijkt ook heel scherp naar Waterloo gekeken te hebben, Anthonie Waterloo bedoel ik.

Neemt niet weg dat ik nog niet weet wat voor boom het is die me zo bezighoudt. In elk geen oude eik.

Zomaar wat plaatjes …

  • Contact
  • Privacy
© 2026 Een zachte berm | Aangedreven door Superbs Persoonlijk blog thema