Ga naar de inhoud

Een zachte berm

Len Borgdorff staat aan de kant

Menu
  • Home
  • Och heden
  • Foto’s
  • Nieuws
  • Aan de muur
  • Gedichten
    • Gedichten voor de ‘Kerst’
  • Iets anders
  • Tussen hier en daar
  • Links
Menu

Boerenfatsoen

Gepubliceerd op 26/08/202626/08/2026 door Len Borgdorff

26 augustus 2026

Afgelopen maandag waren Gerard en ik in het Van Goghmuseum en stond ik tegenover een schilderij waaraan ik al heel lang niet meer gedacht heb, maar waarvan jarenlang een kaart op mijn bureau stond. Die kocht ik ook bij een museumbezoek omdat het schilderij dat daarop staat afgebeeld mijn favoriete doek van die dag was. Dat deed ik toen. Ik heb het over Korenveld onder onweerslucht. Van Gogh schilderde het in 1890.

Waar het was, weet ik niet precies meer. Wel dat ik toen meteen ook dacht aan wat mijn moeder ooit zei: ‘Blauw en groen is boerenfatsoen.’ Nu, voor dit schilderij, schiet ook dat me te binnen.

Het schilderij ontroert me opnieuw. Dat heeft met die particuliere geschiedenis te maken, maar het zijn die vele kleuren groen en blauw, die snelle strepen die zowel het land als de lucht tot leven brengen, terwijl er zonlicht uit het doek lijkt te komen. En dan die rode puntjes voor die heftig maar kortstondig levende klaprozen. Ik zou het schilderij graag willen kopen en er alles wat er nu thuis aan de wanden hangt voor willen inruilen. Voor mezelf, maar ook om het schilderij de stilte en eenzaamheid terug te geven waarin het is ontstaan, tijdens een middaguur dat zo volkomen anders is dan datzelfde tijdstip in de zaal van het Van Goghmuseum, waar het nu hangt. ‘Blauw en groen is boerenfatsoen.’ Mijn moeder zei het een keer gekscherend toen we terugkwamen uit Den Haag. Daar hadden we nieuwe kleren voor mij gekocht. Een donkerblauwe velourstrui, die sweater genoemd werd. Dat vond ik een vervelend woord, maar de trui vond ik prachtig. Het blauw was zo zuiver en wat dacht je van de zachtheid van de stof als

je daarover met de vleug mee je hand liet glijden. Een fluwelen trui vond ik het. De broek was grijsgroen, met de nadruk op groen, een zacht ruitje. In nieuwe kleren voelde ik me een nieuw, rein jongetje. Ik hield van schone, gestreken kleren.

Blauw en groen is boerenfatsoen. Ik begreep met mijn zeven jaar onmiddellijk dat dat niet complimenteus bedoeld was en ook snapte ik dat mijn moeder het ironisch had bedoeld. Zij hield van keurig en netjes, maar wel gewoon. Nou, deze kleren waren keurig en netjes, maar die trui had dankzij die glanzende stof en dat diepe blauw iets dat ik niet gewoon zou willen noemen en dat beviel me.

Dankzij Gerard stommelde zestig jaar geleden Van Gogh mijn leven binnen. In no time hing er een reproductie van diens Schoenen boven mijn bed. Kort daarna kreeg ik van mijn ouders een boek over Van Gogh. Waarvoor nogmaals dank. Gerard vroeg me maandag nog of ik niet een boek over van Van Gogh wilde kopen. ‘Daar heb ik al een boek over.’ Ik bedoelde het boek van ooit, het boek dat goed was voor minstens drie keer een spreekbeurt in mijn middelbare schooltijd.

De batterijtjes in de schilderijen en tekeningen van Van Gogh raken niet leeg. De kleur, de verfbehandeling, de tekening, de ruimte, de directheid zijn directe vertalingen, van een hartstochtelijke ziel. Je kunt van alles zeggen en denken als je voor een van zijn schilderijen staat. Je kunt ook je kop houden en alleen maar kijken en kijken en de drommen om je heen vergeten.

Mijn moeder is gestorven in de Van Goghlaan, ik realiseer het me nu pas. Gelukkig werd ze veel ouder dan de schilder. Staat tegenover dat die hartstochtelijk uit zijn doeken tevoorschijn blijft komen. Staat weer tegenover dat het bijna onzichtbare, in de omgeving opgenomen mannetje rechts op het doek voorover lijkt te vallen.

Zomaar wat plaatjes …

  • Contact
  • Privacy
© 2026 Een zachte berm | Aangedreven door Superbs Persoonlijk blog thema