Kunt u ons de weg naar Hamelen vertellen 3
Van Haaksbergen naar Rheine – 9 juli 2026

Staan we aan de Vechte of aan de Ems? Ik weet het even niet, waarschijnlijk de Eems. * Wat ik wel zeker weet: dit is een veldje van de kanovereniging van Rheine, een nogal weinig besloten en vergeeld grasland waar ons gidsje vanwege de kwaliteit een sterretje bij heeft gezet.
De betaling was nog een heel gedoe. Er is een automaat waarmee je zelf met een bankpas kunt betalen. Niet met die van ons en ook niet met die van een zeer behulpzaam lid van de kanoclub. Je kunt ook met geld betalen, met munten. Hadden we niet: geen munten, alleen biljetten. De prijs zou neerkomen op een totaal van twaalf euro. Goedkoop.
Bij een Vietnamees restaurant waar we aten, probeerden we te wisselen. Ik had immers nog een briefje van twintig. Ging niet. Dat was niet uit onwil. Entschuldigung, Verzeihung en Sorry, maar we konden hier alleen contant betalen. Tuur bleef als onderpand in het restaurant, terwijl ik op zoek ging naar een bank. We kregen vervolgens bij het wisselgeld voldoende munten mee om ook ons geweten met betrekking tot de automaat bij de kanocamping te sussen. Zo kwam alles toch nog goed. En er was al zoveel goed op deze dag. Al voelde ik me wel mies bij het letterlijke hoogtepunt, Bad Bentheim, want het klimmen bekwam me maar matig. Toppunt van welbevinden en beleving vormde Kloster Bentlage waar we alleen stopten om een foto van de gevel te nemen. Het eerste resultaat viel tegen en daarom zetten we steeds wat stappen dichterbij en zo kwam van het een het ander. We zagen een beeld dat ons nieuwsgierig maakte. Er bleek een expositie van twee hedendaagse Amerikaanse kunstenaars, Ann Aspinwall en
Susan Goethel Campbell. Zij hadden zich door het klooster en de omgeving laten inspireren om met werk te komen waar wij stil van werden. Van Aspinwall waren het de golvende lijnen die haar fascineerden. Landschapslijnen? Hoogtelijnen? Trillingen? Een hartslag? En dan de organische materialen of kleuren van Campbell. Je moest er voor naar binnen en naar buiten.
We ontdekten meer. Tuur beklom een aantal kunstwerken alsof hij een jongetje in een speeltuin was. Jaloersmakend, maar ik voelde de stijfheid door mijn botten trekken alleen al bij het idee dat ik dat ook zou moeten doen. Trouwens, iemand moet toch de foto’s maken.
Waar ik naar links dwaalde, slenterde Tuur naar rechts, maar even later kwam hij het hoofdgebouw uit. ‘Macke, Macke,’ riep hij. Even meende ik Mankes te verstaan, maar het ging natuurlijk om August Macke. Er was daar binnen weergaloze kunst uit de middeleeuwen, maar ook uit de late negentiende en vroege twintigste eeuw. Mache, Modersohn, zij het meer Otte dan Paula, en nog veel meer. Wat een onverwachte verrassing. Zoveel fraais en zoveel bijzonders. Deze dag kon niet meer stuk. Nou ja, ik werd wel wat chagrijnig van mijn gps-apparaat. Dat vertoont telkens kuren die – en dat maakt het alleen maar erger – meer met mijn onkunde te maken zullen hebben. Zojuist nog weer even geprobeerd en jawel hoor: ding doet nu of er niets aan de hand is.
Voornemen: dit jaar nog een keertje naar Kloster Bentlage. Daarna misschien doorrijden naar het klooster van Ter Apel. Dat werd ooit vanuit Bentlage gesticht. De oorspronkelijke gebouwen lijken ook op elkaar.
* Klopt.
** Werk van Susan Goehtel Campbell.