Ga naar de inhoud

Een zachte berm

Len Borgdorff staat aan de kant

Menu
  • Home
  • Och heden
  • Foto’s
  • Nieuws
  • Aan de muur
  • Gedichten
    • Gedichten voor de ‘Kerst’
  • Iets anders
  • Tussen hier en daar
  • Links
Menu

Autootje

Gepubliceerd op 18/06/202618/06/2026 door Len Borgdorff

6 juni 2026

We zijn weer terug. Opnieuw overnachtten we in Balâtre. Zelfde kamer als twee weken terug en voor de auto dezelfde parkeerplaats. De dame die er het bewind voerde, herkende ons niet. Dat zal voor de kamer en voor de parkeerplek ook zo geweest zijn. Als je reist is alleen je gezelschap, je tas en je vervoermiddel je echt vertrouwd. En de beelden, die doen er ook toe.

De afgelopen weken vroeg onze auto wat meer aandacht dan anders. Geheel buiten zijn schuld, zeg ik er snel bij, al betekende het wel dat ik extra op hem lette, wat onze verstandhouding ten goede kwam. Net als ik houdt mijn auto niet erg van klimmen, maar als je daar een beetje rekening mee houdt, komt het allemaal goed, in dat opzicht doet hij het beter dan ik wanneer ik op een fiets een heuvel op wil.

Over die heuvels gesproken. Wanneer je daar doorheen rijdt, betekent het slingeren zonder verder uitzicht dan een volgende bocht waarachter wel of niet een tegenligger tevoorschijn kan komen. Ooit (1975) reden we door Bretagne. We maakten een slinger en daar, tussen twee bochten in, zag ik hoe een jonge vrouw jammerend uit de auto voor me sprong en in volle paniek begon te dansen, terwijl er een tegenligger schuin in de berm stond. Daar was hij terecht gekomen na de botsing die pal voor me had plaatsgevonden en die ik vanwege al dat bochtwerk net niet gezien had. Ik kon op tijd remmen en laveerde vervolgens verder.

Die vrouw van toen danst regelmatig door mijn hoofd als ik op slingerwegen achter het stuur zit. Ze houdt me alert.

Er is nog iets met dat slingeren. Vier jaar later reden we in onze rode Renault 4 van de Dordogne terug naar huis. We waren nog geen twee uur onderweg. Het landschap hield niet op met glooien en het geslinger maakte duidelijk dat het land voorlopig nog niet aan zijn eind kwam. Want daar verlangde ik toen naar, naar de kust. Naar de plek waar dat eindeloos rijden eindelijk definitief op zou houden. Ook dat gevoel is later vaker teruggekomen, dat rijden dat maar niet ophoudt, dat gaan van niets naar nergens. ‘k ‘Wil terug naar de kust,’ zing ik dan Maggie MacNeal na. Van die eindeloosheid werd ik achter het stuur een beetje droevig, wat altijd nog beter is dan wagenziek en dat is een lot dat me als chauffeur bespaard bleef. Mente niet. Toen zij in verwachting was van Sam reden we weer over die weg zonder eind in de richting van Limoges. ‘Je moet nu stoppen,’ riep ze ineens. Dat deed ik. Ze sprong uit de wagen om over te geven. Het zijn beelden die ook de afgelopen weken weer terugkomen. Ze zouden redenen kunnen zijn om niet meer op vakantie te gaan.

Maar ik herinner me ook uitzichtpunten waarbij je ver weg geen rode, maar gele autootjes van de posterij kon zien rijden. Ze stoppen ergens in een verre verte. Je ziet iemand uitstappen. Weer instappen. Verder rijden. Stoppen. Uitstappen. Enzovoort. Dat zijn zenmomenten die de afgelopen weken terugkwamen. In gedachten dan, want ik heb geen geel postautootje gezien. Maar mijn geestesoog wel. Dat is leuk.

Soms ziet dat oog een rood autootje, ook van de post, maar dan de Engelse en dan zat Pieter Post achter het stuur, dat mannetje uit de gelijknamige animatieserie. Postman Pat heet die in het Engels, in het Frans Pierre Martin.

Zo kan ik me ook voelen als ik door Franse, Duitse of Schotse heuvels rijd. Alsof ik Pieter Post ben.

Zomaar wat plaatjes …

  • Contact
  • Privacy
© 2026 Een zachte berm | Aangedreven door Superbs Persoonlijk blog thema