Ga naar de inhoud

Een zachte berm

Len Borgdorff schrijft en fotografeert

Menu
  • Home
  • Och heden
  • Foto’s
  • Nieuws
  • Gedichten
    • Gedichten voor de ‘Kerst’
  • Iets anders
  • Tijdens de wandeling
  • Links
Menu

Aurora

Gepubliceerd op 11/09/202511/09/2025 door Len Borgdorff

11 september 2025

Hendrik vroeg me vanmorgen of het goed met me ging. Ik hoefde er niet over na te denken om daar zo gretig ja op te zeggen dat het hem opviel. Toen hij het zaaltje binnen kwam waar ik hem zou bevragen over de toekomst van de kerk, zat ik net naar mijn vulpen te kijken. Het gesprek over die toekomst is het laatste van vier. Het eerste voerde ik vorige week donderdag en het laatste precies een week later. Bij het eerste gesprek maakte ik aantekeningen in een daarvoor bestemd notitieblok waarvan ik bij de drie daaropvolgende gesprekken ook gebruik zou maken. Voor de vulpen ligt dat anders. Bij de gesprekken twee en drie gebruikte ik namelijk een balpen.

Wat er precies gebeurd is, weet ik niet. Wel is duidelijk dat mijn reconstructie niet helemaal klopte. Vorige week donderdag fietste ik naar mijn eerste afspraak; blokje en pen in mijn rugzak en die rugzak in mijn fietstas, de zwarte fietstas van mijn zwarte fiets.

De volgende dag fietste ik met mijn rode fiets met daaraan een rood-zwarte fietstas naar een cameraboer in Leidsche Rijn, waar ik door- en doornat arriveerde vanwege een allemachtige jensplens, waar de roodzwarte fietstas geen enkel probleem mee heeft. In die fietstas hetzelfde rugzakje als de dag daarvoor. Tegen een forse betaling kreeg ik mijn gerepareerde camera mee. Die ging in de rugzak die ik vervolgens in de fietstas stak.

Ik bezocht nog drie boekwinkels, een bibliotheek, een lunchroom, een outdoorwinkel en op weg naar huis stapte ik bij nóg een bibliotheek naar binnen.

Afgelopen zondag pas begon ik echt naar mijn vulpen te zoeken. Toen ook bedacht ik dat ik een keer het voorvakje van mijn rugzak had dichtgeritst, dat blijkbaar al een tijdje open had gestaan.

Ik raadpleegde op mijn bureau wat aantekeningen over van alles en nog wat en constateerde (maar hier kan het fout gegaan zijn), dat ik donderdagmiddag nog het een en ander met vulpen op papier had gezet. Omdat die pen nu nergens meer te vinden was en vanwege dat open aangetroffen voorvakje van mijn rugzak die in de fietstas van de rode fiets zat, keek ik daar allereerst in. Niet één keer, maar een keer of zestien. Niets. Ik belde de bibliotheken, de fotograaf waarbij ik werd doorverbonden naar een centrale. In de boekwinkels keek men niet alleen in een laatje, maar liep men ook nog langs de schappen die ik had bezocht. Zover ging men in de bibliotheek niet en ook de lunchroom hield het bij het bakje gevonden voorwerpen. Wel moest ik gegevens achterlaten: zwarte Aurora, 14 karaats, in een leren etuitje voor maar één pen. Wie weet kwam die ergens boven water.

Mente vertelde ik niets. Schaamte. Mijn vermogen om dingen kwijt te raken begint buitenproportioneel te worden. Gisteravond vertelde ik het pas toen ik naar buiten liep, op blote voeten, T-shirtje en dat terwijl het juist weer flink regende. ‘Wat ga jij nou toch doen?’ Ik vertelde van mijn kwijte pen en dat ik toch ook nog maar in de tas van mijn zwarte fiets ging kijken. Daar had ik al veel eerder aan gedacht, alleen: mijn reconstructie had die plek als mogelijke vindplaats onmiddellijk geëlimineerd. Maar ik trof er de pen wèl aan! Ik kan er nog niet over uit.

Wat me ook verbaast: ik ben nog steeds naar die pen op zoek, een overbodig geworden reflex nu het ding weer terecht is.

Vanmorgen dus, toen Hendrik binnen kwam, zat ik net te kijken naar die pen die voor me lag. ‘O kijk,’ dacht ik, ‘dáár ligt-ie!’

Zomaar wat plaatjes …

  • Contact
  • Privacy
© 2026 Een zachte berm | Aangedreven door Superbs Persoonlijk blog thema