Ga naar de inhoud

Een zachte berm

Len Borgdorff staat aan de kant

Menu
  • Home
  • Och heden
  • Foto’s
  • Nieuws
  • Aan de muur
  • Gedichten
    • Gedichten voor de ‘Kerst’
  • Iets anders
  • Tussen hier en daar
  • Links
Menu

Eenzaam

Gepubliceerd op 16/10/202616/10/2026 door Len Borgdorff

16 oktober 2026

Vorige week stond ik in het Rijksmuseum even stil bij Willem van Oranje. Ik stond en de prins lag als terracotta beeldje op zijn praalbed. Dat doet hij sinds Hendrick de Keyser dit ontwerp maakte als model voor het levensgrote praalgraf in Delft.

De meeste mensen negeerden het beeldje. Ze liepen er langs of stonden met hun rug er naartoe naar iets anders te kijken. Doden zijn eenzaam. Bij condoleancebezoeken gebeurt dat vaak. Er is koffie en koek, buren klitten samen, familie idem dito, vrienden van eenzelfde vereniging. Af en toe gaat iemand naar het verloren hoekje of het kamertje ernaast om een blik op de dode te werpen. Daar moest ik aan denken.

De Vader des Vaderlands in het Rijksmuseum is dan wel als dode weergegeven – eigenlijk meer als zeer decente slaper – maar het gaat hier als gezegd om een beeldje. Niet meer dan 61 cm. Veel verschil met een echte dode maakt dat niet. Doden zijn eenzaam. Ze horen er niet meer bij, zelfs als hun lijf nog zichtbaar is.

Na mijn bezoek aan Amsterdam ging ik in het Bartholomeusgasthuis in Utrecht nog even bij Aat langs. De binnenkant van zijn

hoofd bestond nog maar uit losse stukken. Oud hout zei hij over zichzelf. Oud hout. Hij zat gevangen tussen brokstukken van zichzelf. Zakte dan weer weg en kwam weer terug. Hij lustte wel een koekje. Zocht een woord. Gaf het op. Zuchtte. Sliep weer.

Ik zat erbij en keek naar hem. Dacht aan de avond daarvoor. Toen had ik thuis wat aan een oud mobieltje gerommeld, dat ik alleen nog gebruik als afstandsbediening en memolijstje. Ik probeerde daarom wat mappen van het scherm te verwijderen waarin apps thematisch geordend waren. Ik moest eerst, zo bleek, zo’n map openen. Daarna lieten apps zich een voor een verwijderen en als de laatste weg was, verdween vanzelf ook die map.

Zo was het misschien ook met Aat. De boel van binnen moest eerst onklaar gemaakt worden voordat hij zelf mocht gaan.

Maandag reageerde hij alleen nog door ja te knikken of nee te schudden bij een vraag. Dinsdag zaten er drie vrouwen om zijn bed toen ik binnenkwam. Zijn huid was geler en wat waren zijn ogen helder. Wat een prachtig blauw. Hij keek ons aan. Ieder. Heel nadrukkelijk. Zuchtte. Anderen streelden hem, hielden een hand vast. Ik bad in stilte. HIj zuchtte opnieuw. Keek me aan alsof hij op een antwoord wachtte. Viel weg. Zuchtte. En daarna niet meer.

Toen ik later weer zijn kamer binnenging, lag hij daar eenzaam. Ik dacht even aan het beeldje van Willem van Oranje. Het was me duidelijk. Ik had hier niets meer te zoeken. Hij ook niet. Met de laatste zucht was ook de hele map Aat verdwenen.

Zomaar wat plaatjes …

  • Contact
  • Privacy
© 2026 Een zachte berm | Aangedreven door Superbs Persoonlijk blog thema