Ga naar de inhoud

Een zachte berm

Len Borgdorff staat aan de kant

Menu
  • Home
  • Och heden
  • Foto’s
  • Nieuws
  • Aan de muur
  • Gedichten
    • Gedichten voor de ‘Kerst’
  • Iets anders
  • Tussen hier en daar
  • Links
Menu

Stilte

Gepubliceerd op 13/06/2026 door Len Borgdorff

2 juni 2026*

Dat de altaarstukken en de tombes in Dijon me wat uit mijn doen brachten, is maar betrekkelijk. Vermoedelijk speelt vooral een zomergriepje me parten. Dat neemt niet weg dat ik vanmorgen vrolijk naar de bakker in St Martin du Puy ben gereden, twee keer twaalf kilometer voor een stokbrood (en daarom ook iets voor bij de koffie). De weg, het weggetje, klimt even steigerend als vriendelijk door Empury en zo verder naar dat St Martin. Empury kun je hier vanuit de tuin goed zien liggen. Van St Martin schemert wat verderop de kerktoren door de bomen, maar veel minder ver dan twaalf kilometer.

Vorige week hoopte ik nog om ’s ochtends naar de bakker te kunnen fietsen, maar 24 kilometer vóór het ontbijt en dan ook nog dat gezwoeg om die hellingen te nemen, dat moesten we maar niet doen. De auto zoefde. Op een vergeten usb-stick vond ik Bach terug. Heerlijk. Vier wegwerkers knikten me vanuit een greppel vriendelijk toe en tegenliggers waren er niet. Behalve net op het eind, toch een beetje jammer. Had ik me net overgegeven dat deze weg er voor mij alleen was. Bach speelde onverdroten verder. Kamermuziek. De bakker dus en daarna nog naar de Mairie waar ook het postkantoortje was ondergebracht. In één kamer zaten twee mannen achter een balie om mij te kunnen vertellen dat ik voor de  post in het volgende kamertje moest zijn. Wat zou hun dag leeg geweest zijn zonder mij. De kaarten naar Nederland zijn nu onderweg, zou me niet

verbazen als de postbeambte ze persoonlijk in de bussen gaat stoppen.

Na het ontbijt stapten we in de auto voor een bezoekje aan Lormes, lekker dichtbij en we konden er meteen boodschappen doen.

Klik zei de wagen, zwie… begonnen de ruitenwissers. Bach kon van het klavecimbel maar één toets indrukken. Dat was het. De auto was dood. Dat bleef hij en bleef hij, tien minuten later nog, maar vijf minuten dáárna weer niet. Het klokje stond op 00:00, de datum klopte ook niet meer. De accu, dacht ik. Pas een week oud, maar misschien iets met de aansluiting. ‘De ANWB,’ zei Mente. Die belde ik omdat ik er niet voor voelde over verlaten weggetjes naar Avallon te rijden met een auto die ieder ogenblik ineens weer tik zou kunnen zeggen en daarna niks meer. Of weer met het geplop van gisteren op de proppen zou komen. Meneer ANWB zei dat ik naar de dichtstbijzijnde Carglass moest gaan (dus dezelfde als vorige week). ‘Als de auto onderweg stopt, halen we je op en brengen we de auto erheen.’ Dat was niet nodig.

Vorige week had ik gezien dat de monteur bij het plaatsen van een nieuwe accu driftig op de vuile aansluiting had staan poetsen met een staalborsteltje. Blijkbaar niet goed genoeg. Nu wel. Het probleem was verholpen.

Het griepje niet. Natuurlijk aten we eerst alsnog de heerlijke frambozentaartjes, maar daarna dook ik toch in bed. Ik droomde van de treurende menigte die de tombes van de Bourgondische hertogen sierde. Blijkbaar hebben de tombes van Dijon een pact gesloten met dat zomergriepje van me.

* De stukjes van 23 mei tot en met 5 juni komen wat later op de site dan bedoeld.

Zomaar wat plaatjes …

  • Contact
  • Privacy
© 2026 Een zachte berm | Aangedreven door Superbs Persoonlijk blog thema