26 mei 2026*

Vanmiddag, onderweg naar Avallon, zag ik een tak op de weg liggen die ik niet bewust zou hebben opgemerkt als die niet vlak voor de auto omhoog gebogen zou zijn en paniekerig was gaan trillen. Het was geen tak, maar een slang die tot twee tellen terug nog had liggen sudderen op de bakplaat van het asfalt. Pas op het laatste ogenblik had hij door welk groot gevaar hem in de gedaante van een rode auto bedreigde. Ik heb niets gemerkt toen ik over hem heen reed, niets dat op een minimaal hobbeltje leek, geen tikje, niet de geringste trilling. Misschien heb ik die slang wel helemaal niet geraakt. De weg was smal en kronkelig en ik kende hem amper, die weg, dus aan een aandachtige blik via een van de spiegels kwam ik niet toe. Op de terugweg zou ik nog eens goed kijken of ik niet ergens een platgereden slang zag. Ik heb later niets gezien.
Het steentje dat afgelopen zaterdagmiddag een sterretje in de voorruit sloeg, hebben we helemaal niet gezien, maar wel gehoord. Dat was duidelijk raak. Een korte, scherpe tik op de voorruit. We schrokken ervan. Ik heb er een Carglassstickertje op geplakt dat al twintig jaar in het mapje met autopapieren en – pasjes zit. Ik heb er nu nog eentje over. Zondagavond pas dacht ik voor het eerst weer aan dat sterretje. Daar moest ik wel werk van maken, begreep ik. Carglass in Avallon, hier 25 kilometer vandaan, zou op maandag gesloten zijn. Het sterretje werd met terugwerkende kracht een gebeurtenis waar we iets mee moesten en zo kwam het ook in mijn hoofd terecht, ook al zat het
rechts, aan de passagierskant. Vanmorgen, we leven nu op de dinsdag, reed ik eerst maar naar Avallon om het te laten verhelpen. Een telefoontje vooraf leek me niet handig. Beter om als Hollands mannetje aan de balie te staan. Dan zouden ze me misschien meteen helpen en kon ik een afspraak omzeilen. Zo was het niet. Er was veel bureaucratie, er was een jongeman die alleen maar heel snel Frans kon praten. Wel was er een andere klant, een Nederlandse die hier al jaren woonde. Dat hielp. En Carglass France wist me telefonisch duidelijk te maken wat de rappe jongeling niet lukte. Ik kon me om 15.00 uur weer melden voor de reparatie. Eventueel moest ik de reparatie voorschieten, als er vanuit Nederland voor die tijd geen akkoord was gegeven.
Om twee uur belde Carglass Nederland. De zaak was geregeld. ‘We moeten het alleen nog even doorzetten naar Frankrijk. U kunt daar een afspraak maken.’ Die had ik al gemaakt, zei ik. ‘In Avallon, om 15.00 uur.’ ‘O, dan zet ik hem meteen door. Even wachten… Ja hoor, gelukt. Fijne vakantie nog.’
Dat doorzetten was blijkbaar niet gelukt, bleek in Avallon. Weer kreeg ik iemand van Carglass France aan de telefoon. Ik vertelde van mijn telefoontje uit Nederland. ‘O excuses, excuses. Ja, ik zie het. Het is ook zo druk. Ongelofelijk zoveel glasschade we momenteel hebben.’ De man aan de andere kant van de lijn ging vanzelf over van Engels naar Frans.
Om vijf uur reed ik weg. Sterretje gerepareerd, nieuwe wissers en ook een nieuwe acccu. Thuis had ik me al afgevraagd of die niet nodig vervangen moest worden.
Van het sterretje is nog wel een spoor te zien, resten van de slang op de weg terug dus niet.
* De stukjes van 23 mei tot en met 5 juni komen wat later op de site dan bedoeld.