28 december 2025

Sorry, dit stukje loopt enige vertraging op. Ik zocht een brief en ben het afgelopen half uur veel tegengekomen aan vergeten kaarten, foto’s, brieven en reisverslagen, maar de brief van Richard vond ik niet. Jammer, heel jammer.
Ik wil wat langer stilstaan bij het jongetje op de foto die genomen werd op 19 december 1948*. Toen was dat een aangenomen zoon van mijn oom Janus en zijn vrouw Maartje. Die twee zijn aan het begin van de jaren vijftig uit elkaar gegaan. Beter: mijn oom heeft zich met vreugde laten inpakken door de sopraan die hij op het orgel begeleidde. Daarmee kwam er een eind aan een ongelukkig huwelijk en kwam er een ander, nu wel voor beide partijen gelukkige verbintenis voor in de plaats, voor de sopraan en haar begeleider dan. Tante Maartje is voor mij altijd alleen een naam geweest, die overigens de achternaam van haar weggezongen man bleef dragen.
Vorige week veronderstelde mijn jongste zus (80) dat daarmee ook de Richard van de foto van de aardbodem was weggevaagd. Ik wist beter. Als vaste logé bij tante Riek (de sopraan) en oom Janus trof ik af en toe ook Richard aan. Hij zat ergens op een internaat, maar sliep regelmatig in het bed waarin ik bij mijn logeerpartijen de nachten doorbracht. Eén keer moest ik vanwege hem zelfs in een kermisbed slapen. Zo noemde tante Riek een los matras op de grond en een deken. Zo leerde ik dat prachtige woord kennen. Voor mijn oudste zus Cathy (die wij al vijftien jaar missen) kwamen tot haar vreugde lang geleden heel wat jongens aan de deur. Zij was daar zeer gevoelig voor. Jongens van de kerk, van de padvinderij, van besturen waarin Cathy zat (deed ze graag), maar ook Richard. Hij zat in die tijd op de grote vaart. Rond haar twintigste ging hij echt werk van haar maken, met kaarten, brieven en bloemen. Even leek het wat te worden, maar toen kwam Aat. Er ging nog één brief van van mijn zus naar Richard, waarin ze alle contact verbrak, want ze had –wist ze zeker – nu de ware ontmoet.
Ondanks ons leeftijdsverschil heeft mijn zus mij in haar tienerjaren goed op de hoogte gehouden van haar verliefdheden en avances van jongens.
Wel een beetje sneu voor Richard, die jongeman met Zundapp en gekwelde kop.
Veel, veel later, waren een neef van tante Riek (in mijn stukjes komt hij voor als mijn koude achterneef) en ik vanwege onze vriendschap de aangewezen personen om namens de familie van de kinderloos gebleven Janus en Riek de boedel op te ruimen. Daarbij kwam ik een brief tegen uit de vroege jaren zestig, van Richard aan mijn oom Janus, die hij Vader noemde. Een brief vol excuses. Op dat moment zat Richard enkele maanden als militair gevangen. Hij had wat gepikt en had pogingen gedaan ertussenuit te knijpen. Zo vertelt de brief die ik niet meer kan vinden. Ach, die Richard.
Bij een verjaardag van mijn koude achterneef ontdekten zijn oudere zussen dat ik me die merkwaardige Richard herinnerde. Zij wisten te vertellen dat onze zeeman met zijn brommer niet alleen bij mijn zus in het gevlei had willen komen, maar ook bij deze koude achternichten van me. Met dit verschil dat die er altijd erg om hebben moeten lachen.
Om een heel andere reden* stuurde ik vorige week ik mijn OH van de 22ste ook naar wat neven en nichten. Zij konden me vast helpen om meer mensen op de foto van 1948 van een naam te voorzien. Dat gebeurde, maar één nicht kon me meer over Richard vertellen. Die was namelijk later getrouwd met een tante van de jongen die later de man zou worden van mijn nicht. Richard werd dus een aangetrouwde oom. Nooit geweten. Richard was toen in de dertig en zijn bruid, de tante dus, net negentien.
Het stel trok naar Zuid-Afrika (geboorteland van Richard), kreeg twee kinderen. Vanwege heimwee van de tante keerde men terug naar Nederland. Daar werd nog een derde kind geboren. Het was, vertelt mijn nicht, een zeer ongelukkig huwelijk dat niet lang stand heeft gehouden. Intussen is Richard niet meer onder ons. Hij is enkele jaren geleden overleden. De nicht stuurde nog een vrolijke trouwfoto van Richard. Laat ik die maar niet gebruiken voor dit stukje, anders heb ik misschien voor niks alle namen zitten veranderen.
Dag Richard.
* Dit stukje is een vervolg op Och Heden 22 december 2025.