22 januari 2026

Direct naast de deur van de badkamer steekt een pijpje uit de vloer, een centimeter of tien. Daarna verdwijnt het in een u-bocht. Het zou kunnen dat hier ooit een smalle radiator heeft gehangen. In elk geval is dit opgaan en onmiddellijk verzinken zonder ook maar eventjes te blinken een duidelijk geval van overbodigheid. Een praktische verklaring bedenken is ook niet moeijik. De wereld zit trouwens vol met loze pijpjes en haakjes of gaten in een muur met daarin nog een plug maar zonder schroef. Zo zie ik in deze badkamer dat er ooit een andere, langere zeephouder is geweest, dankzij zo’n loos gat. Er is wel een keer overheen gesausd, maar men heeft niet de moeite genomen om het gat weg te plamuren. We verblijven een paar nachten in een hotel in Ter Heijde, dat tegen Monster aan ligt, achter de Westlandse duinen. Vandaar dat ik bij het pijpje met de u-bocht moet denken aan een loos pijpje ooit in mijn slaapkamer hier twee kilometer vandaan. Het ging om het uiteinde van een ijzeren elektriciteitsbuisje dat niet meer dan een kindervinger hoog uit het zeil opstak, tegen de plint. Preciezer: het was het mofje waarmee dergelijke pijpen met elkaar verbonden werden. Ik heb me indertijd nooit afgevraagd wat het was; wat ik hierboven
vermeld is allemaal kennis achteraf. Wel vroeg vermeld is allemaal kennis achteraf. Wel vroeg verbonden werden. Ik heb me indertijd nooit afgevraagd wat het was; wat ik hierboven vermeld is allemaal kennis achteraf. Wel vroeg ik me indertijd af of er ook muizen doorheen konden. Het leek me onwaarschijnlijk, maar muizen konden klein zijn. Dat wel. Ik stopte er wel eens een propje papier in of een klein knikkertje, dingen die ik er vervolgens niet meer uitkreeg. Je kon hooguit met een vingertje iets nog verder weg duwen.
Met die vingers was ik voorzichtig. Daar had ik op andere manieren al eens ervaring mee gehad. Die stak je zo ergens in, maar de weg terug kon hachelijke momenten opleveren. Gelukkig was de ene vinger de andere niet, maar geen enkele vinger kwam ver genoeg. Stokjes brachten ook geen uitkomst: wat eenmaal in het pijpje was gestopt, verdween in het niet.
De wereld voorbij het pijpje prikkelde mijn verbeelding. Niet als ik daar op mijn knietjes bij zat, maar wel als ik ’s avonds in mijn ledikant lag. Dan wist ik zeker dat er voorbij dat gat een andere wereld lag, met bomen die takken hadden waaraan lichtjes hingen, een wereld ook waar de dikte van een vinger, zelfs van een heel kinderlijfje nooit ongemak kon opleveren.
Ik zou nog wel eens op die kamer willen rondkijken, al zal het pijpje er al heel lang niet meer zijn.
Hoe dan ook: het pijpje met de u-bocht hier is gesloten.