Ga naar de inhoud

Een zachte berm

Len Borgdorff schrijft en fotografeert

Menu
  • Home
  • Och heden
  • Foto’s
  • Nieuws
  • Gedichten
    • Gedichten voor de ‘Kerst’
  • Iets anders
  • Tijdens de wandeling
  • Links
Menu

Nederhemert

Gepubliceerd op 20/08/202520/08/2025 door Len Borgdorff

16 augustus 2025

Vandaag een stuk frisser. Eergisteren vertelde een digitaal bord op een van de vele pontjes op deze Maasroute dat het 37 graden was. Zover kwam het gisteren niet, maar de dertig zijn we toen ongetwijfeld over gegaan. En vandaag? Tweeëntwintig? Het miezerde zelfs wat bij het inpakken, wat natuurlijk een beetje jammer was voor de tenten die juist zo mooi droog uit de nacht tevoorschijn waren gekomen.

Om te fietsen prima weer, vandaar ook dat we het geplande traject verlengden en dan ook nog een bezoekje aan Slot Loevestein brachten, waar de kist van Hugo de Groot nu al 400 jaar lang onvindbaar is. Logisch, daarin is hij juist ontsnapt: Grotius weg, kist ook.

In april fietsten we langs een Limburgse Maas en was er heel wat fris groen. Na Venlo, waar we eergisteren begonnen, misten we dat, de bermen waren vaak bruin. Het rivierlandschap wordt er niet minder boeiend door, begrijp me niet verkeerd, maar het viel wel op. Vandaag fietsten we van Maasbommel naar Woudrichem en was er ineens weer meer groen. Ter hoogte van Nederhemert werd ik nieuwsgierig naar het huis van Ben Hoezen, oom Ben, zogezegd. Samen met zijn vrouw (die mijn tante opvolgde) had hij er een boerderij met atelier en expositieruimte, én een fraaie beeldentuin, De Watervogel. Ik was er vierenhalf jaar geleden, wat een half jaar voor zijn dood bleek te zijn. Ik moest toen, vond hij, het hele huis vooral uitgebreid en

op mijn gemak bekijken en mocht daarbij overal aankomen. Zelf liep hij niet mee, dat was teveel gevraagd. Zijn voeten waren een bron van ellende. Ik trof een enorm intensief gebruikt pand, waarvan me toen duidelijk was dat een eventuele nieuwe bewoner óf goed met de ongemakken van een zo grote en oude boerderij aan een dijk moest kunnen leven óf zij of hij  moest aan een drastische verbouwing beginnen. Dat laatste is het geworden, zie ik nu. Als ik mijn neef app, reageert die verbaasd: zijn ze nu nóg bezig?

Het doet me plezier dat het bord met de naam van de tuin er nog staat. En vlak bij de weg staat nog een beeld.

Donderdag en vrijdag stond een deel van de dag in het teken van Tuurs familie, vandaag kom ik een beetje aan mijn trekken.

In Woudrichem verbazen we ons over al die namen voor het water. Maas, Bergse of Bernse Maas, Afgedamde Maas. En waarom heet de Waal waar de Maas (immers afgedamd) niet mee samenstroomt vanaf hier Merwede, nee Boven-Merwede? Of moet ik daarvoor terug naar voor de afdamming? Ook weten we ons niet goed raad met de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Ja, nu heel even omdat we er op een kleine rondwandeling over lezen, maar dat zijn we morgen weer kwijt. Jammer trouwens dat er in het wapen van dit vestingstadje niet ook kabeljauwen terug te vinden zijn, maar wel begrijpelijk, want Woudrichem verdiende flink aan de vangst van zalm. En was er ook niet iets met steur? Het wordt helemaal bont als we over het korte maar veelbewogen leven van Jacoba van Beieren lezen. Beieren, Compiégne, Woudrichem, Henegouwen, Engeland, Gent, Gouda… en dan al die echtgenoten. Dat zijn we morgen niet vergeten, nee, dat komt vandaag al helemaal niet meer binnen. We treffen nog wel een mooi beeldje van haar. We knikken even. Zij negeert ons.

Zomaar wat plaatjes …

  • Contact
  • Privacy
© 2025 Een zachte berm | Aangedreven door Superbs Persoonlijk blog thema