Ga naar de inhoud

Een zachte berm

Len Borgdorff schrijft en fotografeert

Menu
  • Home
  • Och heden
  • Foto’s
  • Nieuws
  • Gedichten
    • Gedichten voor de ‘Kerst’
  • Iets anders
  • Tijdens de wandeling
  • Links
Menu

Kerst 1985

Gepubliceerd op 26/12/202526/12/2025 door Len Borgdorff

26 december 2025

Gisteren kwamen we bij een concert in de Nicolaikerk vrienden van vroeger tegen. We haalden wat oude koeien uit de sloot waarbij al snel de bolbeschermer genoemd werd. We hadden elkaar begin jaren tachtig leren kennen tijdens een ouderschapscursus, want zowel zij als wij zouden binnen kort voor het eerst ouders worden, eind 1981. Die bolbeschermer was belangrijk voor de baby, volgens onze cursusleidster en ze probeerde te vertellen waarom. Sander en ik konden het niet laten om er grappen over te maken. Uiteindelijk had de hele groep de slappe lach, behalve dan die leidster. Die was volledig uit haar doen. De bolbeschermer dus.

We wierpen vervolgens wat kleinkinderen in de strijd, wij zes en zij al twaalf! En zo door.

Ineens bedacht ik dat zij morgen jarig was, Lonneke. ‘Tweede Kerstdag.’ Haar verjaardag was in de paar jaren van onze vriendschap een uitkomst geweest.

Kerst 1985 vierden wij met twee jongetjes, een van vier en een van twee. Kerstontbijt. Kerk. Dat ging allemaal goed. Daarna werd het minder. Sam en Jaap waren niet geïnteresseerd in een feestelijke lunch. De kerstboom had zijn betovering zo langzamerhand verloren en die elpee met kerstliedjes deed ze helemaal niets. Zelfs het minikerststalletje op de schoorsteenmantel dat zoveel tederheid bij ze had opgeroepen begon gevaar te lopen. De jongetjes stampten vervaarlijk door het bovenhuis en de een probeerde de ander nog gekker te maken.

Plotseling stond Mente in de kamer. Niet meer met dat betoverende zijden jurkje waarin ze een kerstengel leek, maar in broek,

trui en dikke schoenen. Ze had twee bordjes in haar handen: brood met pindakaas. ‘Eten!’ Ook ik deed andere kleren aan. Daarna zag ik erop toe dat de jongetjes het brood opaten en niet gebruikten om elkaar mee te bekogelen. Mente kwam met hun gewone kleren. We moesten Kerst uitbannen.

Even later fietsten we door de stad, ik een kind, Mente een kind. We banjerden een stukje door het park. Fietsten verder langs gesloten winkels in het dode centrum en gingen toen op zoek naar… Naar wat?

Was er bij de Aloysiuskerk niet een levensgrote kerststal? We moesten maar eens kijken en anders gingen we desnoods in die kou naar het speeltuintje bij het  Wilhelminapark.

Of dat laatste gebeurd is, weet ik niet meer, maar die kerststal herinner ik me nog wel. Zo dwaalden we nog wat, tot het donker werd en we voor de afbouw van deze dag weer naar huis mochten, waar we de lekkernijen oversloegen. Gewoon uit de voorraad macaroni met ham en kaas, of, voor Jaap, met boter en suiker. Het was zaak om die jongetjes zo snel mogelijk in hun bed te krijgen.

Om half acht keerde de rust weer en kwam Mente binnen, met een salade én in haar prachtige zijden kerstjurkje. ‘Fijne Kerst,’ zei ze. Ik volgde haar voorbeeld en verkleedde me. Overhemd, stropdas, jasje. En ik schonk wat in. Aan die salade en die drank zijn we niet toegekomen. We gebruikten de bank om de  kerstkleren die we nog maar net hadden  aangetrokken weer uit te doen. Ik genoot zo van Mentes kerstjurkje. Het stond haar zo goed en het voelde zo heerlijk glad en zo. Maar niets stond haar zo goed als niets. Onze kleren bleven achter op de bank, terwijl ik Mente naar bed droeg om meteen naast haar te kruipen.

We hadden het goed. Het was trouwens prettig om te weten dat we de dag daarop de verjaardag van Lonneke hadden. Hun dochters en die twee jongetjes konden het uitstekend met elkaar vinden.

Zomaar wat plaatjes …

  • Contact
  • Privacy
© 2026 Een zachte berm | Aangedreven door Superbs Persoonlijk blog thema