5 november 2025

Als wij veertien dagen geleden niet met vakantie waren gegaan, hadden we nu in het archief kunnen blijven, zegt Lukas. Zijn redenering bevalt me wel, vooral vanwege de ironie, en dat voor een jongetje van negen. Hij heeft studiedag, zo heet dat bij scholieren als ze een extra dagje vrij krijgen. De dag daarvoor had zijn neefje Tommie ook al studiedag en dat bracht ons naar Panorama Mesdag, daarom stelde ik me bij Lukas iets bescheideners voor. Het is Het Utrechts Archief geworden, want dat is volgens vrienden ook leuk voor kinderen. We zijn maar halverwege gekomen, maar ik denk dat het klopt. Alleen al het introductiefilmpje wil ik nog wel eens meemaken. Daar voelt Lukas trouwens ook voor, al was het maar omdat we, naar ik begrijp, de koets gemist hebben. Dat komt door het telefoontje van het autoschadeherstelbedrijf. Twee weken na het ongeluk met mijn auto vond ik het toch handiger worden om een leenauto te gebruiken en die heb ik vanmorgen opgehaald. Bij het uitlenen is blijkbaar iets mis gegaan, ze hadden me een andere auto moeten meegeven. Of ik even langs wil komen om van auto te wisselen. Met het oog op de tijd lijkt het me handiger om dan maar meteen naar huis te fietsen. En daar de geleende auto te pakken voor de ruil. Lukas klinkt schuldbewust als hij na het telefoontje over hun herfstvakantie begint. Hij weet wel beter. Het was mijn eigen schuld geweest. Mente en ik zouden een paar uur op bezoek komen bij het vakantiepark aan de IJssel en we spraken af bij een parkeerplaats. ‘Niet die bij de hoofdingang,’ had de Jongste nog gezegd. Bij de parkeerplaats die volgens mij niet die van de hoofdingang was, zag ik geen grote of kleine familiestukken. Terwijl ik met
de auto tot pal voor de slagboom gereden was voor een optimaal overzicht. Niemand. Ik stak achteruit en zag links, buiten de slagbomen nog één leeg parkeervak. Toen ik daar naartoe draaide, hoorden we dus gekras en gekraak en zagen we lichtende scherven opspatten. Als ik geen vijf gereden heb, is het vier geweest. Dat was toch genoeg. Er was een hekje, laag genoeg om niet te zien. Een hekje met een legger die voorbij het laatste paaltje flink uitstak. Een legger van stevig ijzer dat eindigde als een botte bijl die als een blikopener probleemloos zijn weg in de rechterkant van mijn auto wist te vinden om daar ondanks mijn snelheid die amper beweging mag heten en niet meer dan twee seconden duurde een schade aan te richten van €3500,=.
We hebben in dat vakantiepark nog wel even koffie gedronken, maar een dagje uit werd het niet. Na een half uur reden we weer weg, in de hoop dat de wind geen vat op de opengewerkte voorkant zou krijgen.
Thuis bleek dat mijn voornemen de autoverzekering na tien jaar eindelijk eens om te zetten van allrisk naar w.a. bij een voornemen gebleven was. Ik belde de verzekeraar zelfs nog even. Het was zo: dat viel dan weer mee. Wel, zei de verzekeringsman, kon ik mijn lol op als het ging om het herstel. Al die schadebedrijven hebben wachtlijsten om u tegen te zeggen. Dat zei de garage waar ik vervolgens naar toe ging ook.
Vandaar dat ik vandaag toch maar om een leenauto gevraagd heb. Bij het ruilen zojuist ben ik nog wel even naar binnen gelopen om te zien hoe het met mijn auto stond. Ze hebben zijn bakkes gestript en hij mist zijn rechteroog.
Dat ellendige hekje ook. Lukas en zijn ouders hadden inderdaad naar een ander vakantiepark moeten gaan. Het is hún schuld.