Een zachte berm

Len Borgdorff schrijft en fotografeert

Gedichten voor de ‘Kerst’

De lino umbilicali Christi  
2018

Hij zou het kunnen doen, met vaste hand
- een timmerman die kan zo’n klus wel klaren –
een mesje door de navelstreng heen jagen,
maar waar vond hij zo gauw een stukje band?

Zijn kleed! Hij kon een stukje van de rand
gebruiken van zijn kleed. ’t Was stevig garen.
En zonder verder zich iets af te vragen,
scheurde hij een stukje van de onderkant

en bond de navelstreng af met dit lint.
Toen pakte hij het mes en sneed het kind
los van zijn moeder, sneed het los van God


Inversie  
2013

Hier hebben ze niet onder 30-plus,
dus doen wij dat, al is het wel wat veel.

De dag daarop gaan wij al vroeg op pad
waar af en toe zich iets van Kerst verraadt:

een rode man met witte baard die vrolijk
op het spandoek staat, tussen een paar palmen.

De wandeling begint. Het is december.
Wij dragen shorts, sandalen, hebben water.

We zijn alleen de zonnecrème vergeten.
Die staat, een volle 30-plus, nog thuis

en wij verbranden in het paradijs.
Herboren en vuurrood schuiven wij later

tussen de lakens, wit als koele sneeuw,
schoon en schurend als bij zee het zand.

Nu laat Gij, Heere! Uw dienstknecht gaan in vrede naar Uw woord;
Want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien,
Die Gij bereid hebt voor het aangezicht van al de volken…

Simeon  
2012

De dag daarna ging hij weer naar zijn werk,
zijn tas nog even zwaar, het hoofd veel lichter
omdat hij overbodig was. Hij wist
dat er niets stond of viel met zijn vertrek.

De wereld zat geregeld aan zijn tafel
en dan had hij te vinden en te doen.
Ook dat zou nog wel doorgaan, maar het hoefde
niet meer zo heftig door zijn kop te malen.

Hij zag, dwars door de tred van elke dag,
dezelfde woorden en hetzelfde nieuws,
een meisje op een fonkelnieuwe fiets,
met hoog daarbovenuit een kleine vlag.

Annunciatie  
2011
bij Lucas 1: 26-38

In een soort dinsdagmorgenstraat staat ook een huis
dat je gemakkelijk niet ziet. Het huis heeft een deur en een raam
en binnen is het stil: een stofdoek maakt niet veel geluid.


Daar in dat huis kantelt luidruchtig de engel naar binnen
dat het haar hoofd duizelt en suizelend hoort zij
terwijl het huisje als een fleurige sok binnenstebuiten wordt getrokken en zij
door het luchtruim van duizenden schuimende, uitbruisende lichtjaren tuimelt
dat gebeurt, gebeuren gaat wat niet bestaat, dat zij, dus haar, dat God –
Het is echt waar!

Dus schrijf dit maar gauw op, want anders is er straks geen hond die het gelooft.
Voor zoveel licht en wind en water uit de hemel
zijn dit huisje en dit meisje toch te klein.

– Iemand vouwt alles weer terug. Er is
een stille dinsdagmorgenstraat,
een huis, een meisje op een krukje dat
verwezen zit te staren naar een raam.
Had zij nu zelf nog iets gezegd, gevraagd, gedaan?

Geen Hannah in de tempel  
2010

Natuurlijk ging ze naar de kerk met kerst.
Zij schuifelt achter haar rollator aan,
maar ze moet dikwijls even blijven staan
en telkens doet de toren van de kerk

een stapje achteruit. Zij wordt zo moe.
Ze wilde per se bij de nachtmis zijn.
Haar knieën, handen en haar rug doen pijn.
Ze wordt er wakker van, zit in haar stoel.

Een ander nam haar plaats in in de kerk.
Er werd gezongen, maar er kwam geen kind.
Dat ging naar Hannah, want een goed begin,
zo wordt gezegd, dat is het halve werk.


Len Borgdorff