19 januari

Straks zullen ze wel worden weggehaald. En dat met een vertraging van twee weken, één, waarbij ik wel even kwijt wil dat er op 2 januari al aardig wat kerstbomen op straat terecht waren gekomen en ook moet het me van het hart dat die eerste partij me al wrevelig maakte. Reken maar uit: als de ophaaldienst vertelt dat er op 5 januari bomen zullen worden opgehaald, heeft het weinig zin om die al drie dagen eerder op de hoek van een straat te kwakken. In Tuindorp, let op de naam, hebben alle huizen een voor en achtertuin, dat is een stukje grond dat er begin januari niet op zijn voordeligst uitziet, maar waar je ruimte genoeg hebt om je afgedankte boom een paar dagen te stallen.
Verbazingwekkend en irritant werd het toen op allerlei hoeken ook na de eerste grote sneeuwval van zaterdag 3 veel mensen doodgemoedereerd doorgingen met het dumpen van hun sparren. Terwijl toen wel duidelijk was dat maandag de vijfde geen haalbare kaart zou zijn voor de vuilniswagen. En een paar dagen daarna dat we de maandag daarop ook wel konden vergeten. De aanvoer van overtollig geworden groen ging vrolijk (dat is het woord niet, helemaal niet) verder. Met als gevolg dat mensen de bomen van de stoep de straat op schoven. Met die sneeuw en die bevroren ondergrond is het toch al geen lolletje om daar met een buggy, rollator of rolstoel doorheen te moeten. En dan ook nog die bergen van bomen. Dat betekent onzichtbare maar gladde stoeprand af en even verder weer op.
Diezelfde bomen lagen een paar uur later toch weer op de stoep, want zeg nu zelf: juist in woonwijken zijn de straten het glibberigst en bij het inparkeren van je auto moet je goed opletten, als je al een plaatsje kunt
vinden. Tuindorp is een wijk waarbij negentig jaar geleden rekening gehouden werd met één auto per vier of vijf huishoudens: veel gekker zou de mensheid toch niet worden. Het is nu, naar beneden afgerond, anderhalve auto per huisnummer. Met andere woorden, een plekje vinden is hier al zo moeilijk en dan moet je natuurlijk niet ook nog tien- en tientallen bomen op die kostbare parkeerplekken kwakken. Sleep je boompje nou even mee naar huis, dacht ik steeds. Maar nee, ze werden telkens, een paar keer per dag, van de stoep naar de straat getrokken, en omgekeerd.
Dat ging door toen die eeuwige sneeuw en de bevroren ondergrond in het eerste hoofdstuk van het jaar 2026 waren verdwenen en toen j irritatie plaats begon te maken voor vrolijkheid. Het gebeurde steeds, ik maakte er zelfs extra ommetjes voor: de bomen verhuisden van stoep naar straat naar stoep naar straat. Ik zag telkens weer dat het gebeurd was, maar nooit heb ik het iemand zijn doen. Gisterochtend zag ik een paar straten verderop dat tussen elke geparkeerde auto een boom was neergelegd. Een eindje verder stond er middenin een stel voortuinen een kale kerstboom, weer een eindje verder waren bomen op daar gestalde fietsen gehesen. Dat was vast en zeker die nacht gedaan door jongvee dat door de wijk trok. Wat ik zeg: toen kon ik er alleen nog maar vrolijk om worden. Blijft de vraag waarom de bomen niet een paar weken in de tuin hadden kunnen liggen. Ik kwam ook een andere oplossing tegen: in verschillende huiskamers stond vorige week nog een mooi versierde spar, soms met de lichtjes uit, soms waren ze aan.
