2 december 2025

Iedere dag stuurt Piet zijn zus – hij zegt zusje – een foto van een bloem. Die foto heeft hij zelf gemaakt in zijn tuin in Nieuw-Zeeland. Gelukkig woont hij daar ook, anders zou het wat bezwaarlijk worden. Hij is graag bezig in die grote tuin van hem en ’s avonds zit hij graag op een terras om als de God van Genesis naar zijn schepping te kijken. Of hij loopt eens hierheen of daarnaartoe om een fotootje voor Mente te maken. Voorlopig kan hij nog vooruit, want in het land van de kiwi’s is de zomer in aantocht.
Zo begint Mente haar dag met een verse bloem van haar broer. Dat past wel bij de tijd van het jaar met al zijn dagelijks terugkerende aandacht voor de adventskalender. Momenteel zijn dat er zelfs drie: die van de kerk, het gedicht van de dag van het Nederlands Dagblad en sinds gisteren houd ik mijn mobieltje ook boven de advents-qr van Trouw. Nog meer ritueel: de adventsster ’s morgens aan en ’s avonds uit en bij het eten brandt de adventskaars. En Mente dus haar bloem van Piet. Al bijna een maand stuurt hij er eentje, elke dag. Omdat hij zelf niet langs kan komen, omdat hij en Tien hier net ruim een maand in huis waren. Niet alleen delen broer en zus al levenslang een hartelijke bloedband, intussen zijn ze sinds een maand dus ook lotgenoten met hartklachten.
Als je hier onze Utrechtse tuin in kijkt, en dat doe ik graag, zie je voornamelijk gevallen blad. Maar in een bak op het terras staan goudsbloemen. Die heeft Mente daar gezaaid. Het groen ervan is een tijd geleden al enthousiast opgekomen, maar het bloeien gaat maar zeer moeizaam. Ergens in oktober bloeide de eerste bloem, de tweede, de derde. Een vierde heeft de eerste niet gekend. En zo gaat het door. Telkens een bloem of drie. De variëteit ervan valt me trouwens op. Blijkbaar gaat het om een zakje gemengd goudsbloemzaad.
In mijn tuintje van mijn kinderjaren verdrongen goudsbloemen elkaar. Ik was er dol op. Goudsbloemen waren zoveel mooier dan de afrikaantjes, viooltjes of leeuwenbekjes van de anderen! Die kindertijd herleefde toen we hier kwamen wonen en een achtertuin met een brede, verwaarloosde rand vol goudsbloemen aantroffen. Ze stonden daar om me te verwelkomen en vroegen of ik ze nog herkende. Weet je nog, je tuintje aan de Choorstraat in Monster? Ik wist het. En zij blijkbaar ook.
Wij brachten de tuin wat in cultuur. Niet met de bedoeling de goudsbloemen te verdringen, maar dat gebeurde wel. Ze verdwenen.
Sindsdien vind je in een jas- of broekzak van mij vaak wat goudsbloemzaadjes, zelfs hier op mijn bureau liggen wat zaadknoppen. Ergens gesnaaid om ze thuis in de tuin te stoppen. Verder dan wat armzalig groen brengen de zaadjes het niet. Nooit eens volle wasdom.
Vandaar dus die bak met gekocht zaad. Vandaar dat initiatief van Mente. Weet je wat. Ik maak er een foto van en stuur die naar Piet, of nee, naar Tien. Zouden ze daar in die tuin op Waiheke ook goudsbloemen hebben? Dat krijg ik wel te horen als ik mijn fotootje verstuur.