9 februari 2026

Vraag me even niet naar de staat ervan, maar op een veiling kun je vaker wel een comtoise van nog geen honderd euro op de kop tikken dan niet. Voor die van ons betaalden mijn schoonouders in 1973 nog 450 gulden. En dat was nog wel een vriendenprijsje omdat ze hem kochten van mijn oom Ben en omdat de klok bedoeld was als huwelijkscadeau voor hun jongste dochter en hun eerste schoonzoon, de neef dus van oom Ben, want de bruidegom was ik.
Als ik even mijn best doe, vind ik vast wel een serie foto’s waarop de comtoise meer of minder opvallend te zien is, want hij bevindt zich al meer dan een halve eeuw, en daarmee een kwart gedeelte van zijn bestaan, in het epicentrum van wat je ons huwelijksleven mag noemen.
Hij heeft hier zijn vaste plek en maak je geen zorgen, want hij komt weer terug, al markeren twee zwarte beugels een klein maar stevig wit gesausd haakje nu zijn afwezigheid. Hij is met de klokkenmaker mee omdat hij op de hele uren bij voorkeur twaalf keer sloeg. Om twaalf uur natuurlijk, maar even zo vrolijk om drie of vier uur. Niet dat wij daar veel last van hebben, want wij horen het niet meer. Anderen horen onze klok, wij niet. Ik alleen op fietsvakanties, als ik bij mijn tentje zit en even naar Mente bel om telefonisch de dag door te nemen. Dan hoor ik de klok. Een indringend, om niet te zeggen opdringerig geluid.
In het verleden was dat geluid veel scheller, maar bij een reparatie van een paar jaar
geleden, met hetzelfde euvel, hebben we de bellen laten vervangen. Klokkenmaker Sjaak had er nog wel eentje liggen. Zo zijn er meer aanpassingen geweest, maar niet veel: een comtoise kan veel hebben. Er is een keer een koord gebroken, waardoor een gewicht omlaag viel en een deuk in het parket maakte en er zal eens een staafje of radertje vervangen zijn. Aanvankelijk dacht Sjaak het euvel ter plekke te kunnen verhelpen door een staafje bij te buigen, niet meer dan een stukje stevig ijzerdraad, maar toen zag hij dat er gesoldeerd moest worden. Dat deed hij liever thuis. Vandaar dus die leegte.
Ik dacht dat onze regelmatige aandacht voor de klok alleen te maken had met het feit dat hij niet helemaal zuiver loopt. Hij smokkelt wel eens een minuut. Dat kun je bijstellen door de grote wijzer een tikje te geven, maar ik probeer het ook door te klepel iets te verschuiven. Als dat helpt, dan is dat tijdelijk, want het eenvoudige ijzerwerk van een comtoise reageert ook op temperatuur en vochtigheidsgraad. Geeft niet. Al met al leek het er daarmee op dat de klok er alleen maar was om door ons op tijd gezet te worden en wij er vooral voor zijn tijd waren.
Intussen weten we beter. We missen de klok. Vroeger had de thermostaat in de kamer ook een klokje, nu niet meer. Het kastje bij de tv? Idem dito. Horloges doen we al lang niet meer, zelfs mijn zakhorloge kan ik nergens meer vinden. En dan, wij menen het ons te mogen permitteren om de tijd tot onze beschikking te hebben, door gewoon even op te kijken en waarbij het niet gaat om een minuutje meer of minder. Je mobieltje pakken is dan al teveel gevraagd. Dat zijn enge dingen. Die moet je zien te vermijden. Daar word je ziek van!
Niet van een comtoise die al meer dan tweehonderd jaar is. Ik wil onze goeie ouwe tijd weer terug.