Ga naar de inhoud

Een zachte berm

Len Borgdorff schrijft en fotografeert

Menu
  • Home
  • Och heden
  • Foto’s
  • Nieuws
  • Gedichten
    • Gedichten voor de ‘Kerst’
  • Iets anders
  • Tijdens de wandeling
  • Links
Menu

De Schreeuw

Gepubliceerd op 02/10/202502/10/2025 door Len Borgdorff

1 oktober 2025

In het jammer genoeg vergeten boek De wereld gaat aan vlijt ten onder van Max Dendermonde ontwikkelen geleerden een manier om jezelf in een flits van de ene naar een andere plek te verplaatsen, daar ver, ver vandaan. Met als gevolg dat een van die geleerden in het heelal blijft steken. We vangen zijn stem nog op, maar hij is nergens. Het is een passage die me altijd een wee gevoel gaf als ik het boek in een klas besprak. Zoiets heb ik ook een beetje bij Space Oddity, het nummer waarmee David Bowie bekend werd.

Gistermiddag keek ik met Tommy even naar Radarflight24 om te zien waar Piet en Tien op dat moment rondhingen. We troffen hun vliegtuig tien kilometer boven de Indische Oceaan, onder Indonesië en ten westen van Australië en dat met een vaart van 500 kilometer per uur, al zag Tommy niets bewegen. ‘Ik mag hopen van wel.’ Er waren inderdaad weinig oriëntatiepunten in de wijde omtrek. ‘Het is net als met de wijzers van de klok: als je langer kijkt, dan zie je dat ze bewegen, zelfs de kleine wijzer.’ Nu zag hij het ook, zei Tommy, ik vertelde maar niet dat ik het zelf niet zag. Ik kan er niet zo goed tegen, tegen het idee dat er dierbaren van me zo lang in een vliegtuig zitten. Dan krijg ik dus dat Dewereldgaataanvlijttenonder oftewel dat Spaceodditygevoel: levend gevangen in afwezigheid. Daarover had ik het niet met Tommy, ondanks zijn naam. In plaats daarvan vouwden we nog wat miniboodschappen van de Zaanse grootgrutter in elkaar.

Op een vreemde manier kwam datzelfde gevoel weer terug toen ik later op mijn

bureau een stekker vond. Die had Mente daar neergelegd, een adapterstekker die het mogelijk maakte om een Nieuw-Zeelands apparaat in een Nederlands stopcontact te steken. Tien had wel het apparaat weer mee naar huis genomen, maar de adapter bleef hier. Ik keek naar wat ik vroeger wel een Chinees gezichtje noemde: drie streepjes die samen oogjes en een mond lijken. Het heeft wel iets grappigs. Ik moet nu zeggen: dat hád wel iets grappigs, want de blik die dit stekkertje me toewierp had iets verontrustends, vond ik. Ineens zag ik het: dit was een heftig gestileerde versie van De Schreeuw van Edvard Munch!

Piet en Tien zijn intussen veilig geland. We hebben al geappt en Mente en haar broer hebben elkaar gebeld. Ik heb beloofd goed voor het adaptertje te zorgen en meer van die prietpraat. Alles is immers goed. Alleen die onrust, die stille angst is nog niet helemaal weg. Je hoort elkaar, je ziet elkaar als je dat wilt door een cameraatje in te schakelen, maar je bevindt je ten opzichte van elkaar in een andere wereld.

Tijdens het journaal vanavond had ik het ineens ook toen Nasrah Habiballah verscheen, een in mijn huiskamer vertrouwd gezicht die me niet voor het eerst het een en ander vertelde van een wereld waar ik niet bij kan. Als er iets mis gaat, dan gaat dat buiten mij om. Ik kan roepen ‘pas op’, ik kan snel een hand uitsteken, het heeft allemaal geen zin.

Ik berg het adaptertje op, die stille schreeuw uit een onbereikbare nabijheid.

Zomaar wat plaatjes …

  • Contact
  • Privacy
© 2026 Een zachte berm | Aangedreven door Superbs Persoonlijk blog thema