Ga naar de inhoud

Een zachte berm

Len Borgdorff schrijft en fotografeert

Menu
  • Home
  • Och heden
  • Foto’s
  • Nieuws
  • Gedichten
    • Gedichten voor de ‘Kerst’
  • Iets anders
  • Tijdens de wandeling
  • Links
Menu

De meermin van de Tjonger

Gepubliceerd op 16/09/202516/09/2025 door Len Borgdorff

15 september 2025

Vanaf mijn dag één heb ik de Tjonger bij de vlek die nog steeds Schoterzijl heet een prachtige plek gevonden. Dat wil zeggen: als je vanaf de sluis of, nog beter, vanaf de daar vlak achter gelegen bult over het water keek in de richting van Langelille.

Mentes ouders hadden in Schoterzijl een huisje waar veel vakanties en weekends werden doorgebracht. Voor mijn kennismaking met dat water moeten we naar het voorjaar van 1971. Mente, haar ouders en broertje Harm waren er al. Grote broer Piet en ik kwamen een paar dagen later.

Het huisje hadden haar ouders toen al een kleine tien jaar; dat zou tot in 1982 zo blijven, lang genoeg voor mij om er nog vaak te komen.

Vandaag bezoeken we Harm in Friesland, Mente, Piet, Tien en ik. Op de terugweg doen we ook Schoterzijl aan. Het huisje van toen is vervangen door een prachtig pand waar ik graag een bod op zou doen, al is de bult achterin de tuin waar je heerlijk kon zitten, verdwenen. Maar de Tjonger is de Tjonger gebleven met zijn mooie flauwe bocht. Misschien vind ik dit stukje water nog wel mooier dan toen, mooier zelfs dan die keer dat ik er een gedicht over schreef dat nog steeds – door Gerard Ram fraai tot beeld verwerkt – boven mijn bureau hangt. De tekst is uit het begin van de jaren tachtig, Gerards beeldbewerking kwam veel later. In de jaren zeventig stond die geregeld op de bult of de vlonder tien meter verderop om de rivier te tekenen. Aquarelleren deed hij er

trouwens ook. In het gedicht heb ik in het midden gelaten wie de tekenende figuur was. In werkelijkheid was het Gerard die daar bezig was, in het gedicht suggereer ik dat het om Mente gaat. Voor haar moeten ook mijn dierbaarste vrienden plaatsmaken.

Vandaag staan we niet op de vlonder, niet op de bult achterin die tuin. Beide hebben het afgelegd tegen de tijd. Dat geldt niet voor het moment dat ongetwijfeld het mooiste was dat de omgeving hier heeft meegemaakt. Ik zie het voor me, met naast me Mente, Piet en Tien. Nu kijken we naar het fraaie water vanaf het sluisje. Ik kijk en zwijg.

Het is ineens de zomer van 1971. We zijn bij het vlondertje het water in gegaan om wat te zwemmen. Ik klim iets eerder het water uit en wacht op Mente. Naast me staat niet Piet maar jongste broer Harm, veertien. Als Mente bij het trapje uit het water omhoog komt, schiet de beha van haar bikini omlaag. Ze schrikt. Haar broertje barst in lachen uit. Zij laat het trapje los om haar armen om haar borsten te slaan. Zij lacht wat ongemakkelijk. Ik duw inmiddels, ook al met een grijns, haar  broertje weg van de vlonder, zodat Mente zich niet langer hoeft te schamen. Dat haar borsten een godsbewijs waren, wist ik toen al maanden, maar nu, op dit onverwachte moment, hakt dit besef zich in één klap een plek in mijn ziel en op mijn netvlies om nooit meer te verdwijnen. Het is een flits, maar eentje waarvoor ik geen enkele moeite hoef te doen die weer voor me te zien, kwetsbare schoonheid, joy forever. Vandaag op de sluis zie ik de Mente die naast me staat bij de verdwenen vlonder uit het water komen. Ik zwijg.

En begrijp ineens dat zowel die Tjonger als dat gedicht van ooit hun betekenis danken aan dat eeuwige moment toen de schoonheid zo onverwacht, kwetsbaar en manifest tegelijk boven water kwam.

Zomaar wat plaatjes …

  • Contact
  • Privacy
© 2026 Een zachte berm | Aangedreven door Superbs Persoonlijk blog thema